|
Downloaden
als
Word-document op de Downloadpagina 
HET
EVANGELIE VAN DE DRIE
DIMENSIES
Deel
II: ANDERE WERELDEN
"O onverschrokken nieuwe werelden,
die zulke mensen herbergen!"
13.
Hoe ik een Visioen van
Lijnland had
HET
WAS de op een na laatste dag
van het 1999ste
jaar van onze tijdrekening, en de eerste dag van de Grote Vakantie.
Nadat
ik mij tot de late uren met mijn geliefde vermaak Meetkunde bezig
gehouden
had, had ik mij teruggetrokken en bleef met een onopgelost
probleem
in mijn hoofd zitten. Die nacht had ik een droom. Ik zag een grote
menigte
van Rechte Lijnen voor me (waar ik natuurlijk van aannam dat het
Vrouwen
waren) afgewisseld met andere Wezens, nog kleiner en met het karakter
van
schitterende punten - die zich allemaal in dezelfde Rechte Lijn
en,
zo goed als ik kon beoordelen, met dezelfde snelheid, heen en weer
bewogen

Een
geluid van een verward,
veelsoortig
gesjilp of gekwetter, werd bij pozen door hen, zolang zij bewogen,
voortgebracht;
maar soms hielden zij met bewegen op en dan was het helemaal
stil.
Ik
naderde een van de
grootsten, waar ik
van dacht dat het Vrouwen waren, sprak haar aan, maar kreeg geen
antwoord.
Een tweede en derde verzoek van mijn kant waren eveneens zonder effect.
Ik verloor mijn geduld bij wat mij een onverdraaglijke botheid
toescheen
en ik bracht mijn mond in een positie recht tegenover haar mond om haar
beweging te onderscheppen en herhaalde luide mijn vraag, "Vrouw, wat
betekent
deze samenscholing en dit vreemde en verwarde gesjilp en dit in een en
dezelfde Recht Lijn eentonig heen en weer bewegen ?"
"Ik
ben geen Vrouw," antwoordde
de kleine
Lijn: "Ik ben de Vorst van de wereld. Maar gij, waarom dringt gij
binnen
in het rijk van Lijnland?" Dit barse antwoord kreeg ik en ik smeekte om
vergeving als ik op enige manier zijne Koninklijke Hoogheid had laten
schrikken
of lastig gevallen had; en ik omschreef mijzelf als een
vreemdeling
en smeekte de Koning mij wat over zijn gebieden te vertellen. Maar het
koste mij de grootst mogelijke moeite enige informatie over punten die
mij werkelijk interesseerden te krijgen; want de Koning kon niet
nalaten
doorlopend aan te nemen dat wat voor hem gewoon was ook aan mij bekend
moest zijn en dat ik schertsend onwetendheid veinsde. Echter door in
mijn
vragen te volharden bracht ik de volgende feiten aan het licht:
Het
bleek dat deze arme
onwetende Koning
- zoals hij zichzelf noemde - er van overtuigd was dat de Rechte Lijn
die
hij zijn Koninkrijk noemde, en waarin hij zijn leven doorbracht, de
hele
wereld en eigenlijk de hele Ruimte uitmaakte. Niet in staat zich,
anders
dan in zijn Rechte Lijn te bewegen of te zien, had hij geen enkel idee
van iets daarbuiten. Hoewel hij mijn stem toen ik de eerste keer
het woord tot hem richtte had gehoord, was het geluid op een manier die
zo strijdig was met zijn ervaring tot hem gekomen, dat hij geen
antwoord
gegeven had, "ik zag niemand", zoals hij het uitdrukte, "en hoorde een
stem alsof die uit mijn eigen ingewanden kwam". Tot het moment waarop
ik
mijn mond in zijn Wereld plaatste, had hij noch mij gezien, noch iets
anders
gehoord dan verwarde geluiden die tegen - wat ik zijn zijde noemde,
maar
wat hij zijn inwendige of maag noemde - aanbotsten; noch had hij maar
het
geringste idee over de streek waaruit ik gekomen was. Buiten zijn
Wereld,
of Lijn, was alles leeg voor hem; nee, zelfs niet leeg, want een leegte
houdt Ruimte in; liever gezegd, alles was niet-bestaand.
Zijn
onderdanen - waarvan de
kleine Lijnen
Mannen en de Punten Vrouwen waren - waren allemaal net zo, in beweging
en uitzicht, tot die enkele Recht Lijn, die hun Wereld was, beperkt. Er
hoeft nauwelijks aan toegevoegd te worden dat het geheel van hun
horizon
tot een punt beperkt was; noch zou iemand ooit iets anders dan een punt
kunnen zien. Man, vrouw, kind, ding - elk was voor het oog van een
Lijnlander
een Punt. Slechts door het geluid van hun stem kon geslacht of leeftijd
van elkaar onderscheiden worden. Daarnaast, aangezien elk individu het
hele smalle pad dat zogezegd zijn Universum uitmaakte, innam, en
niemand
naar rechts of links kon bewegen om voor voorbijgangers plaats te
maken,
volgt daaruit dat geen Lijnlander ooit een ander zou kunnen passeren.
Eens
buren, altijd buren. Nabuurschap was bij hun als een huwelijk bij ons,
tot de dood hen scheidde.
Zo'n
leven, met het hele
uitzicht tot een
Punt en alle beweging tot een Rechte Lijn beperkt, leek mij
onuitsprekelijk
saai; en ik was verrast om de levendigheid en opgewektheid van de
Koning
te zien. Terwijl ik me afvroeg of het mogelijk was, onder
omstandigheden
die voor huiselijke betrekkingen zo ongunstig waren de geneugten van de
echtelijke vereniging te genieten, aarzelde ik enige tijd om zijn
Koninklijke
Hoogheid over een zo delicaat onderwerp vragen te stellen; maar
uiteindelijk
viel ik er eensklaps midden in doordat ik naar de gezondheid van zijn
familie
vroeg. "Mijn vrouwen en kinderen", antwoordde hij, "zijn gezond en
gelukkig".
Geschokt
door dit antwoord -
want in de
onmiddellijke nabijheid van de Koning zoals ik in mijn droom,
voordat
ik Lijnland betrad gemerkt had) bevonden zich slechts Mannen -
verstoutte
ik mij te antwoorden, : "Vergeef mij, maar ik kan mij niet voorstellen
hoe uwe Koninklijke Hoogheid ooit hunne Majesteiten kan zien of
benaderen,
als er op zijn minst een half dozijn tussenliggende individuen zijn,
waar
je niet doorheen kunt kijken en die je niet kunt passeren? Is het
mogelijk
dat in Lijnland nabijheid voor een huwelijk of de verwekking van
kinderen niet nodig is?
"Hoe
kun je zo'n absurde vraag
stellen?'
antwoordde de Koning. "Als het inderdaad zo zou zijn als jij
suggereert,
zou het Universum weldra ontvolkt worden. Nee, nee; nabuurschap is
onnodig
voor de eenwording van harten; en de geboorte van kinderen is een te
belangrijke
zaak om die van een toevalligheid als nabijheid af te laten hangen. Jij
zou dat moeten weten. Maar aangezien het je pleziert onwetendheid voor
te wenden, zal ik je onderrichten alsof je het ergste kind in Lijnland
bent. Weet dan, dat huwelijken door de gave van geluid en gehoorzin,
voltrokken
worden
"Je
begrijpt natuurlijk dat
iedere Man
twee monden of stemmen heeft - evenals twee ogen - een bas aan de ene
en
een tenor aan de andere kant van zijn uiteinden. Ik zou dit, als ik
niet
in staat geweest was jouw tenor in de loop van ons gesprek te
onderscheiden,
niet vermelden ".Ik antwoordde dat ik maar één stem had
en
dat ik me er niet van bewust was dat zijne Koninklijke Hoogheid er twee
had. "Dat bevestigt mijn indruk", zei de Koning, "dat jij geen Man
bent,
maar een vrouwelijke Monstruositeit met een basstem en een volmaakt
ongeschoold
oor. Maar laten wij verdergaan.
"De
Natuur zelve heeft
verordonneerd dat
iedere man twee vrouwen zal huwen -" "Waarom twee?" vroeg ik. "Je
draaft
in je geveinsde onnozelheid te ver door ," schreeuwde hij. "Hoe zou er
een volledige harmonieuze vereniging kunnen zijn zonder de synthese van
de Vier in Een, te weten de Bas en Tenor van de Man en de Sopraan en de
Alt van de twee Vrouwen?" "Maar stel je voor," zei ik, "dat een man de
voorkeur aan een of drie vrouwen zou geven?" "Dat is onmogelijk," zei
hij;
"omdat dat even onbegrijpelijk is als dat twee plus een vijf zou zijn,
of dat het menselijk oog een Rechte Lijn zou zien". Ik wou hem in de
rede
vallen, maar hij ging als volgt verder:
"Een
keer in het midden van
elke week dwingt
een Natuur-Wet ons met een ritmische beweging van een meer dan gewone
heftigheid,
gedurende de tijd die je nodig hebt om tot honderd-een te tellen, heen
en weer te bewegen. Midden in deze koordans, op de vijfenvijftigste
slag,
houden de inwoners van het Universum in volle vaart op, en ieder
individu
zendt zijn rijkste, volste en zoetste tonen uit. Het is op dit
beslissende
moment dat onze huwelijken gesloten worden. Zo verrukkelijk is de
aanpassing
van de Bas aan de Sopraan, of de Tenor aan de Alt, dat de Geliefden
vaak,
hoewel ze twintigduizend mijlen van elkaar verwijderd zijn, meteen de
antwoordnoot
van hun voorbestemde Minnaar herkennen. Het op dat moment voltrokken
huwelijk
heeft een drievoudig Mannelijk en Vrouwelijk nageslacht tot resultaat,
dat.zijn plaats in Lijnland inneemt
"Wat!
Altijd drievoudig?" zei
ik. Moet
een vrouw dan altijd meerlingen krijgen?
"Bas-stemmige
Monstruositeit!
ja," antwoordde
de Koning. "Hoe zou anders, als er niet twee meisje op elke jongen
geboren
zou worden, het evenwicht tussen de Geslachten gehandhaafd kunnen
worden?
Zou je het ware Alfabet van de Natuur willen ontkennen?" Hij hield,
sprakeloos
van razernij, op; er ging wat tijd voorbij voor ik hem er toe kon
brengen
om zijn verhaal te hervatten.
"Je
zult natuurlijk niet
veronderstellen,
dat elke vrijgezel bij ons zijn partners bij de eerste hofmakerij in
dit
universele Huwelijks- Koor, vindt. Integendeel, het proces wordt door
de
meesten van ons vele malen herhaald. Er zijn maar weinige harten wier
gelukkige
lot het is in elkaars stemmen de partner, die door de Voorzienigheid
voor
hem bestemd is, te herkennen, en om een wederzijdse en volmaakt
harmonieuze
omhelzing in te wieken. Bij de meesten van ons is de hofmakerij van
lange
duur. De stemmen der Vrijers kunnen misschien met één
maar
niet met beide van de toekomstige vrouwen harmoniëren; of het zou
wel eens kunnen dat de Sopraan en Alt niet geheel
harmoniëren.
In zulke gevallen heeft de Natuur, doordat elk wekelijks Koor drie
Geliefden
in een innigere harmonie brengt, in de behoefte voorzien. Iedere
stemproef,
elke nieuwe ontdekking van onenigheid, brengt bijna onmerkbaar de
minder
volmaakte er toe zijn of haar vocale uiting te veranderen om zo het
volmaaktere
te bereiken. En na vele pogingen en veel benaderingen, wordt het
resultaat
uiteindelijk bereikt. Uiteindelijk komt er een dag, dat terwijl het
gebruikelijke
Huwelijks-Koor uit het wereldomvattende Lijnland weggaat, de drie ver
van
elkaar verwijderde Geliefden zichzelf in exacte harmonie bevinden, en,
voor zij ontwaken, verkeert het gehuwde Triplet vocaal in een
verdubbelde
omhelzing in vervoering; en de Natuur verheugt zich over weer drie
geboorten."
14.
Hoe ik tevergeefs poogde
om de aard van
Platland uit te leggen
OMDAT
IK van mening was dat het
tijd was om
de Koning uit zijn vervoeringen naar het niveau van het gezonde
verstand
terug te voeren, besloot ik te wagen hem op een aantal glimpen van de
waarheid
een blik te gunnen, dat wil zeggen van de aard van de dingen in
Platland.
Daarom begon ik aldus: "Hoe onderscheidt uwe Koninklijke Hoogheid de
vormen
en posities van zijn onderdanen? Ik heb, van mijn kant, door middel van
de gezichtszin, toen ik uw Koninkrijk binnentrad, opgemerkt dat
sommigen
van uw volk Lijnen en anderen Punten zijn, en dat sommigen van de
lijnen langer zijn - " "Je spreekt over een onmogelijkheid," onderbrak
de Koning, "je moet een visoen gehad hebben; want het is in de aard der
zaak onmogelijk, het verschil tussen een Lijn en een Punt door middel
van
de gezichtszin op te merken, zoals iedereen weet; maar het kan wel met
de gehoorzin vastgesteld worden, en met diezelfde middelen kan mijn
vorm
exact bepaald worden. Kijk naar mij - ik ben een Lijn, de langste in
Lijnland,
meer dan zes inch in Ruimte -" " In de Lengte, " waagde ik op te
merken.
"Dwaas," zei hij, "Ruimte is Lengte. Als je me nog een keer in de rede
valt ben ik weg."Ik verontschuldigde mij; maar hij vervolgde afwijzend,
"Omdat je ontoegankelijk bent voor argumenten, zul je met je oren horen
hoe ik, door middel van mijn twee stemmen mijn vorm aan mijn vrouwen,
die
op dit moment als ik ze roep, zesduizend mijl, zeventig yards, twee
voet
en acht inches ver weg zijn, de ene naar het Noorden, de andere naar
het
Zuiden, zal openbaren.
Hij
sjilpte en vervolgde toen
zelfgenoegzaam:
"Mijn vrouwen ontvangen op dit moment het geluid van één
mijn stemmen, meteen gevolgd door de andere, op, en omdat zij merken
dat
de laatste hen na een tijdsspanne waarin het geluid 6.457 inches kan
afleggen,
bereikt, leiden zij daaruit af dat een van mijn monden 6,457 inches
verder
van hen verwijderd is dan de andere en dienovereenkomstig weten zij dat
mijn vorm 6.457 inches is. Maar je zult natuurlijk begrijpen dat mijn
vrouwen
deze berekening niet elke keer als ze mijn twee stemmen horen maken.
Zij
hebben dat, eens en voor altijd, voordat wij trouwden gedaan. Maar zij
zouden het op elk moment weer kunnen doen. En op dezelfde manier kan ik
de vorm van elk van mijn Mannelijke onderdanen met behulp van de
geluidszin schatten.
"Maar
wat gebeurt er," zei ik,
"als een
Man met een van zijn twee stemmen de stem van een Vrouw nabootst, of
zijn
Zuidelijke stem zodanig vermomt dat het niet als de echo van de
Noordelijk
herkend kan worden? Zouden zulke bedriegerijen niet groot ongemak
veroorzaken?
En hebben jullie geen middelen om zwendelarijen van dit soort te
onderzoeken,
door jullie naburige onderdanen op te dragen elkaar te voelen?" Dit was
natuurlijk een zeer domme vraag, omdat voelen niet aan het doel zou
kunnen
beantwoorden; maar ik vroeg het met de bedoeling de Koning uit te dagen
en daar slaagde ik volmaakt in.
"Wat!"
schreeuwde hij met
afgrijzen, "leg
je bedoeling uit." "Voel, raak aan, maak contact," antwoordde ik. "Als
je met voelen," zei de Koning, "zo dicht naderen zodat en geen ruimte
meer
overblijft tussen twee individuen bedoelt, weet dan, Vreemdeling, dat
op
dit vergrijp in mijn gebieden de doodstraf staat. En de reden is
duidelijk.
De tere vorm van een Vrouw, vatbaar voor verbrijzeling door zo'n
toenadering,
moet door de Staat beschermd worden; maar aangezien Vrouwen met de
gezichtszin
niet van Mannen onderscheiden kunnen worden, verordonneert de Wet als
algemeen
geldend, dat Man noch Vrouw zo dicht benaderd mag worden, dat de ruimte
tussen de naderende en de benaderde opgeheven word..
"En
wat voor mogelijke
bedoeling zou er
inderdaad gediend worden door dit onwettige en onnatuurlijk teveel aan
toenadering, wat jullie voelen noemen, wanneer alle doeleinden van een
zo onmenselijke en grove handelswijze onmiddellijk gemakkelijker en
preciezer
bereikt kunnen worden door de hoorzin? Wat betreft het door jou
aangeduide
gevaar van bedrog, dat bestaat niet; omdat de Stem, die het wezen van
iemands
bestaan uitmaakt, niet willekeurig veranderd kan worden. Maar kom, stel
dat ik de macht had om door vaste dingen heen te gaan, zodat ik in de
een
na de ander van mijn onderdanen zou kunnen doordringen, zelfs tot het
aantal
van een miljard, om zo de grootte en afstand van ieder na te gaan; wat
zou ik dan op deze onbeholpen en onnauwkeurige manier veel tijd
verknoeien!
Terwijl ik nu, in één moment van horen, de volkstelling
en
statistieken, lokaal, materieel, mentaal en spiritueel, van ieder
levend
wezen in Lijnland kan krijgen. Luister, luister alleen maar! "
Nadat
hij zo gesproken had,
pauzeerde hij
en luisterde, als in extase, naar een geluid dat mij niet beter
toescheen
dan een iel sjilpen van een ontelbare schare van lilliputterige
sprinkhanen.
"Waarlijk,"
antwoordde ik,
"jullie hoorzin
bewijst jullie een goede dienst en vult veel van jullie tekortkomingen
aan. Maar sta mij toe erop te wijzen dat jullie leven in Lijnland
betreurenswaardig
saai moet zijn. Niets anders dan een Punt zien! Niet eens in staat om
een
Rechte Lijn te aanschouwen! Nee, zelfs niet te weten wat een Rechte
Lijn
is! Te zien en toch afgesneden zijn van die Lineaire uitzichten die aan
ons in Platland verleend zijn! Beter helemaal geen gezichtsvermogen dan
zo weinig zien! Ik geef toe dat ik jullie onderscheidingsvermogen van
horen
niet heb; maar het concert in heel Lijnland wat jullie zo'n intens
plezier
geeft, is voor mij niet beter dan een onmetelijk gekwetter of
gesjilp.Maar
ik kan ten minste, met mijn gezichtsvermogen, een Lijn van een Punt
onderscheiden.
Net voor ik uw koninkrijk in kwam, zag ik u van links naar rechts
dansen,
en daarna van rechts naar links, met Zeven Mannen en Vrouwen in uw
onmiddellijke
nabijheid, acht Mannen aan de linker- en twee Vrouwen aan de
rechterkant.
Is dat niet juist?
"Dat
is juist," zei de Koning,
"voor zoverre
het het aantal en geslacht betreft, ofschoon ik niet weet wat je
bedoelt
met "rechts" en "links". Maar ik ontken dat je die dingen gezien hebt.
Want hoe zou je de Lijn, dat wil zeggen het inwendige, van een Man
gezien
kunnen hebben? Maar je moet deze dingen gehoord hebben en toen gedroomd
hebben dat je ze zag. En laat ik je vragen wat je met die woorden
"rechts"
en 'links" bedoelt. Ik veronderstel dat het jullie manier is om
Noordwaarts
en Zuidwaarts te zeggen.".
"Dat
niet," antwoordde ik; "er
is behalve
jullie beweging van Noordwaarts en Zuidwaarts een andere beweging die
ik
van rechts naar links noem."
KONING:
Laat mij, zo je wilt,
deze beweging
van links naar rechts dan zien.
IK: Nee, dat
kan
ik niet,
tenzij u helemaal uit uw Lijn zou kunnen stappen
KONING:
Uit mijn lijn?
Bedoel je
uit mijn wereld? Uit de Ruimte?
IK: Ja juist.
Uit
uw Wereld.
Uit uw Ruimte. Want uw Ruimte is niet de ware Ruimte. De ware Ruimte is
een Vlak, maar uw Ruimte is slechts een Lijn.
KONING:
Als je deze beweging
van links
naar rechts niet door je er zelf in te bewegen aan kunt geven, dan
smeek
ik je het voor mij met woorden te beschrijven.
IK: Als u uw
rechterkant niet van
uw linkerkant kunt onderscheiden, vrees ik dat geen van mijn woorden u
mijn bedoeling duidelijk kan maken. Maar u kunt vast niet onwetend zijn
van zo'n eenvoudig onderscheid.
KONING: Ik
begrijp je niet
in het minst
Ik: Helaas! Hoe kan
ik
dat duidelijk
maken? Komt het soms niet in u op, wanneer u rechtdoor beweegt, als u
uw
oog in de richting waar uw zijde nu naar is gekeerd draait, te kijken,
of u op een andere manier zou kunnen bewegen? Met andere woorden, voelt
u nooit een verlangen om, in plaats van altijd in de richting van uw
uiteinden
te bewegen, in de richting van zogezegd, uw zijde te bewegen ?
KONING:
Nooit. En wat
bedoel je?
Hoe kan het inwendige van een mens naar een richting gekeerd zijn? Of
hoe
kan een mens in de richting van zijn inwendige bewegen?
IK:
Goed dan, aangezien woorden
de zaak
niet kunnen verduidelijken, zal ik het met daden proberen en zal ik mij
geleidelijk uit Lijnland in de richting die ik u wil laten zien bewegen
.
Bij
dat woord begon ik mijn
lijf uit Lijnland
te bewegen. Zolang een deel van mij in zijn gebied en in zijn blikveld
achtergebleven was, bleef de Koning uitroepen, "Ik zie je, ik zie je
nog
steeds, je beweegt niet." Maar toen ik mijzelf tot slot helemaal zijn
Lijn
uit bewogen had, schreeuwde hij met zijn schelste stem, "Ze is
verdwenen,
ze is dood." "Ik ben niet dood," antwoordde ik, " Ik
ben gewoon Lijnland uit, dat wil zeggen, uit de Rechte Lijn die u
Ruimte
noemt, weg, en bevind mij nu in de ware Ruimte, waar ik de dingen kan
zien
zoals ze zijn. En op dit moment kan ik uw Lijn zien, of zij- of
binnenkant
zoals u dat zo graag noemt; en ik kan ook de Mannen en de Vrouwen ten
Noorden
en ten Zuiden van u zien, die ik nu een voor een zal opnoemen en
waarvan
ik klasse, hun grootte en de ruimte tussen ieder, zal vermelden.
Toen ik dit een tijd lang gedaan
had,
schreeuwde ik triomfantelijk, "Heeft dat u eindelijk overtuigd?" En
daarop
ging ik Lijnland opnieuw binnen en nam dezelfde positie in als
voordien.

Maar
de Koning antwoordde,
"Maar als je
een verstandig Man zou zijn - ofschoon ik eraan twijfel ik, aangezien
je
slechts één stem schijnt te hebben, of je niet een Man
maar
een Vrouw bent - als je ietsje verstand zou hebben, zou je voor rede
vatbaar
zijn. Jij vraagt mij te geloven dat er een andere Lijn, behalve degene
die mijn zintuigen mij aangeven, en een andere beweging naast diegene
waar
ik mij dagelijks bewust van ben, is. Ik vraag je in ruil daarvoor, die
andere Lijn, waarover je spreekt, in woorden te beschrijven of door
beweging
aan te geven. In plaats van te bewegen, gebruik je een of andere
magische
truc van verdwijnen en weer in zicht te verschijnen; en in plaats van
enige
heldere beschrijving van jouw nieuwe Wereld, vertel je mij alleen maar
de aantallen en grootten van ongeveer veertig van de leden van mijn
gevolg,
feiten die ieder kind in mijn hoofdstad weet. Kan er iets onlogischer
of
vermeteler zijn? Geef je dwaasheid toe of vertrek uit mijn gebieden."
Razend
over zijn
liederlijkheid, en in
het bijzonder verontwaardigd omdat hij deed alsof hij mijn geslacht
niet
wist, nam ik mijn toevlucht tot welonoverwogen termen, "Dwaas Wezen! Je
denkt zelf dat je de vervolmaking van het bestaan bent, terwijl je in
werkelijkheid
de meest onvolmaakte en imbeciele bent. Je pretendeert te zien, terwijl
je niets anders dan een Punt kan zien! Je pocht op het feit dat je zelf
het bestaan van een Rechte Lijn kunt opmerken; maar ik kan Rechte
Lijnen
zien, en het bestaan van Hoeken, Driehoeken, Vierkanten, Pentagonalen,
Hexagonalen en zelfs Cirkels afleiden. Waarom zou ik nog meer woorden
verspillen?
Het zij voldoende te zeggen dat ik de voltooiing ben van jouw
onvoltooide
zelf. Jij bent een Lijn, maar ik ben de Lijn der Lijnen en wordt in
mijn
land Vierkant genoemd; en zelfs ik ben, ofschoon ik oneindig superieur
aan u ben, onder de grote edelen van Platland, vanwaar ik gekomen ben
om
u te bezoeken, in de hoop uw onwetendheid te verlichten, van weinig
betekenis.
Toen
hij deze woorden hoorde,
kwam de Koning
met een dreigend geschreeuw op mij af, alsof hij mij door mijn
diagonaal
zou willen steken. en op hetzelfde moment rees er uit zijn ontelbare
onderdanen
een veelsoortige oorlogskreet op, in hevigheid toenemend tot het mij
uiteindelijk
leek alsof het het gebulder van een leger van honderdduizend Isoscelen
en de artillerie van duizend Pentagonalen, evenaarde. Ademloos en
bewegingloos,
kon ik spreken noch bewegen om de dreigende ondergang af te wenden; en
het geluid werd steeds luider en de Koning kwam naderbij, toen ik
wakker
werd en de bel voor het ontbijt mij naar de werkelijkheid van Platland
terugriep .
15.
Betreffende een
Vreemdeling uit Ruimteland
VAN
DE dromen, ga ik verder met de
feiten.Het
was de laatste dag van het jaar 1999 van ons tijdperk. Het kletteren
van
de regen had lang geleden het vallen van de avond aangekondigd; en ik
zat
in het gezelschap van mijn vrouw te mijmeren over de gebeurtenissen van
het verleden en de vooruitzichten voor het komende jaar, de komende
eeuw,
het komende millennium.
Mijn
vier zonen en twee
verweesde Kleinkinderen
hadden zich teruggetrokken in hun verschillende vertrekken; en alleen
mijn
vrouw was bij mij gebleven om het oude Millennium uit en het nieuwe in
te zien gaan. Ik was opgetogen in gedachten, en overpeinsde in mijn
geest
de woorden die zomaar uit de mond van mij jongste Kleinzoon, een zeer
veelbelovende
jonge Hexagonaal van een ongewone glans en perfecte hoekigheid, gekomen
waren. Zijn ooms en ik hadden hem zijn gewoonlijke praktische les in
Blik-Herkenning
gegeven, door ons om ons middelpunt heen rond te draaien, nu eens snel,
dan weer langzaam, en hem dan naar onze posities te vragen; en zijn
antwoorden
waren zó bevredigend geweest, dat ik mijzelf bewogen had
hem
te belonen.door hem een paar aanduidingen over rekenkunde, zoals
toegepast
in de Geometrie, te geven.
Ik had negen Vierkanten genomen,
elk een
inch in iedere richting, en ik had ze samengevoegd om zo een groot
Vierkant,
met een zijde van drie inches, te maken en toen had ik mijn kleine
Kleinzoon
laten zien dat - ofschoon het voor ons onmogelijk was om het inwendige
van het Vierkant te zien - wij ons toch van het aantal van vierkante
inches
een Vierkant zouden kunnen vergewissen door eenvoudig het aantal van de
inches van een zijde te kwadrateren: "en zo," zei ik, "weten we dat 32,
of
9,
het
aantal vierkante inches in een Vierkant met een zijde van 3
inches,
voorstelt."
De
kleine Hexagonaal mijmerde
hier een
tijdje over en zei toen tegen mij: "Maar je hebt mij nu geleerd om de
getallen
tot de derde macht te verheffen; ik veronderstel dat 33 iets
in de Meetkunde moet betekenen, maar wat betekent het?" "Helemaal
niets,"
antwoordde ik, "tenminste niet in de Meetkunde, want Meetkunde heeft
maar
twee dimensies." En toen begon ik de jongen te laten zien hoe een Punt,
door over een lengte van drie inches te bewegen een lijn van drie
inches
maakt, wat als 3 voorgesteld kan worden; en hoe een Lijn van drie
inches,
die zich parallel aan zichzelf over een lengte van drie inches
voortbeweegt,
een Vierkant van drie inches naar elke kant, maakt, wat als 32 voorgesteld
kan
worden
.
Hierop
viel mijn Kleinzoon, die
weer van
zijn vorige voorstel terugkwam, mij scherp in de rede en riep uit,
"Goed
dan, als een punt door drie inches te bewegen een lijn van drie inches,
voorgesteld door 3 maakt; en als een rechte Lijn van drie inches, die
parallel
aan zichzelf, een Vierkant van drie inches naar beide zijden,
voorgesteld
door 32 maakt; dan moet een Vierkant van drie inches naar
beide
kanten, dat op een of andere manier parallel aan zichzelf (maar ik zie
niet hoe) Iets anders (maar ik zie niet wat) van drie inches naar
alle kanten maken - en dat moet dan door 33 voorgesteld
worden.
"Ga
naar bed," zei ik, door
zijn onderbreking
een beetje in de war gebracht : "als je minder onzin zou praten, zou je
je meer verstand herinneren."
Zo was
mijn Kleinzoon in
ongenade vertrokken;
en daar zat ik naast mijn Vrouw, en poogde mij een terugblik van het
jaar
1999 en de mogelijkheden van het jaar 2000 te vormen, maar ik was niet
echt in staat om de gedachten waar ik door het geklets van mijn
levenslustige
Hexagonaal op gewezen was, van mij af te zetten. Slechts een paar
zandkorrels
resteerden nog in het halfuurglas. Ik ontwaakte uit mijn gemijmer,
draaide
voor de laatste keer in het Millennium het glas Noordwaarts en terwijl
ik dat deed, riep ik luid, "De jongen is een dwaas."
Opeens
werd ik mij van een
Aanwezigheid
in de kamer bewust en een huiverende adem doordrong mijn hele wezen.
"Dat
is hij niet," riep mijn Vrouw, "en je overtreedt door op die manier je
eigen Kleinzoon in opspraak te brengen, de Geboden. Ik keek in alle
richtingen
rond maar kon niets zien; toch voelde ik een Aanwezigheid en huiverde
toen
het kille geruis opnieuw kwam. Ik schrok op. "Wat is er?" zei mijn
Vrouw,
"het tocht niet; wat zoek je? Er is niets." Er was niets; en ik ging
weer
zitten en riep opnieuw uit, "De jongen is een dwaas, zeg ik; 33
kan in de meetkunde niets betekenen." Terstond kwam er een duidelijk
hoorbaar
antwoord, "De jongen is geen dwaas; en 33 heeft een
duidelijke
meetkundige betekenis."
Zowel
mijn Vrouw als ikzelf
hoorden de
woorden, ofschoon zij hun betekenis niet kon begrijpen; en allebei
sprongen
wij naar voren in de richting van het geluid. Wat een afgrijzen toen
wij
voor ons een Figuur zagen! Op de eerste blik leek het een Vrouw,
vanaf de zijkant gezien; maar een moment van waarnemen liet mij zien
dat
de uiteinden te snel vervaagden om iemand van het Vrouwelijk geslacht
voor
te stellen, en ik zou gedacht hebben dat het een Cirkel was, alleen
scheen
het zijn grootte op een manier te veranderen, die voor een Cirkel of
voor
welke regelmatige Figuur waar ik ervaring mee had ook,onmogelijk was.
Maar
mijn Vrouw deelde mijn
ervaring niet,
noch de kalmte die nodig was om deze karakteristieken waar te nemen.
Met
de gewoonlijke haastigheid en onredelijke jalousie van haar Geslacht,
trok
zij meteen de conclusie dat er een Vrouw door een of andere kleine
opening,
het huis binnengekomen was. "Hoe komt deze persoon hier?" riep zij uit,
"jij hebt mij beloofd dat er geen ventilatoren in ons nieuwe huis
zouden
komen." "Er zijn er ook geen," zei ik, "maar waarom denk je dat de
vreemdeling
een Vrouw is? Ik zie met mijn Blik-Herkennings-Vermogen - " Oh, ik heb
geen geduld voor jouw Blik-Herkenning," antwoordde ze, "Voelen is
geloven"
en "Wat een Rechte Lijn is voor de aanraking is een Cirkel voor het
zicht."-
twee zeer gangbare Spreuken onder het Zwakke geslacht in Platland.
"Goed,"
zei ik, want ik was
bang om haar
te irriteren, "als het dan toch zo is, vraag dan een kennismaking." En
terwijl zij haar meest gracieuze pose aannam, bewoog mijn Vrouw zich
naar
de Vreemdeling, "Sta mij toe, Mevrouw, om te voelen en gevoeld te
worden
door--" en toen deinsde ze plotseling terug, "Oh, het is geen
Vrouw,
en er zijn ook geen hoeken, zelfs geen spoor daarvan. Kan het zijn dat
ik me zo misdragen heb ten opzichte van een volmaakte Cirkel?'
"Ik
ben inderdaad in zekere zin
een Cirkel,"
antwoordde de Stem, "een volmaaktere Cirkel dan welke in Platland ook,
en om het nauwkeuriger te zeggen, ik ben vele Cirkels in
één."
Toen voegde hij er wat milder aan toe; "Ik heb een boodschap, beste
Dame,
voor uw echtgenoot, die ik niet in uw aanwezigheid kan uitspreken; en,
als u het mag lijden dat wij ons voor een paar minuten terugtrekken -"
Maar mijn Vrouw wilde niet naar het voorstel dat onze doorluchtige
Bezoeker
zo ontrieven, luisteren en zij verzekerde de Cirkel dat het uur waarop
ze zich terug zou trekken al lang voorbij was, en onder vele herhaalde
verontschuldigingen voor haar recente onbescheidenheid, trok zij zich
uiteindelijk
terug in haar vertrek.
Ik
wierp een blik op mijn
halfuurglas.
De laatste zandkorrels waren gevallen. Het derde Millennium was
begonnen.
16.
Hoe de Vreemdeling
tevergeefs poogde om
mij in woorden de geheimen van Ruimteland te onthullen
ZODRA
HET geluid van de
Vredes-kreet van mijn
vertrekkende Vrouw uitgestorven was, begon ik de vreemdeling te naderen
met de bedoeling een blik van dichterbij te nemen en hem te verzoeken
te
gaan zitten; maar zijn verschijning sloeg mij met stomheid en ik stond
stijf van verbazing. Zonder de geringste verschijnselen van hoekigheid
veranderde hij niettemin elk moment trapsgewijze in grootte en
helderheid,
nauwelijks mogelijk voor welke figuur dan ook binnen de ruimte van mijn
ervaring. De gedachte flitste door mij heen dat ik wellicht een
inbreker
of moordenaar voor me had, een of andere monsterlijke Isoscele, die
door
de stem van een Cirkel na te bootsen, toegang tot het huis verkregen
had
en zich klaarmaakte om mij met zijn scherpe hoek neer te steken.De
afwezigheid
van Mist (en het seizoen was toevallig opmerkelijk droog geweest) in
een
zitkamer maakte het moeilijk voor me om op mijn Blik-Herkenning te
vertrouwen,
vooral op de korte afstand waarop ik stond. Wanhopig van angst, snelde
ik voorwaarts met een nonchalant, "U moet mij toestaan, Mijnheer - " en
ik voelde hem. Mijn Vrouw had gelijk. Er was geen spoor van een hoek,
niet
de minste ruwheid of ongelijkheid: nooit van mijn leven had ik een
volmaaktere
Cirkel ontmoet. Hij bleef terwijl ik om hem heen liep en met zijn ogen
begon en weer terug, bewegingsloos staan. Hij was geheel en al
Circulair,
een volmaakt bevredigende Cirkel; daar kon geen twijfel aan bestaan.
Toen
volgde een dialoog, die ik zal pogen, zo nauwkeurig als ik mij kan
herinneren
neer te schrijven, met alleen weglating van enkele van mijn
overvloedige
verontschuldigingen - want ik voelde mij overdekt met schaamte en
vernedering,
omdat ik, een Vierkant, schuldig geweest zou zijn aan de brutaliteit
een
Cirkel te voelen. Het kwam door de Vreemdeling doordat hij wat
ongeduldig
was door de langdurigheid van mijn kennismakingsproces.
VREEMDELING:
Heb je mij nu
genoeg gevoeld?
Heb je nóg niet met mij kennisgemaakt?
IK:
Hoogst roemruchte Heer,
vergeef mij
mijn onbeholpenheid, die niet uit onwetendheid met de gebruiken van de
beschaafde maatschappij voorkomt, maar uit een geringe verrassing en
nervositeit,
tengevolge van dit wat onverwachte bezoek. En ik smeek u niemand over
mijn
onbescheidenheid te vertellen, en in het bijzonder mijn Vrouw niet.
Maar
zou uwe Excellentie voor hij verder gaat met het gesprek, zich dan
willen
verwaardigen de nieuwsgierigheid van iemand die gaarne zou willen weten
waar zijn Bezoeker vandaan is gekomen, tevreden willen stellen?
VREEMDELING:
Uit de Ruimte, uit
de Ruimte,
Mijnheer; waar anders vandaan?
IK:
Vergeef mij, mijn Heer,
maar is uwe
Excellentie zelfs op dit moment niet al in de Ruimte, uwe Excellentie
en
zijn nederige dienstknecht?
VREEMDELING:
Poeh, wat weet jij
van de
Ruimte? Omschrijf de Ruimte.
IK:
Ruimte, mijn Heer, is
onbepaald aanhoudende
hoogte en breedte.
VREEMDELING:
Juist:, zie je dat
je niet
eens weet wat Ruimte is. Jij denkt dat die slechts Twee Dimensies
heeft;
maar ik ben gekomen om je een Derde te verkondigen - hoogte, breedte en
lengte.
IK:
Het behaagt Uwe Excellentie
vrolijk
te zijn. Wij spreken ook over lengte en breedte, of breedte en dikte,
waarmee
wij Twee Dimensies met vier namen duiden.
VREEMDELING:
Maar ik bedoel
niet allen
namen, maar Drie Dimensies.
IK:
Zou uwe Excellentie mij
willen aangeven
of mij duidelijk willen maken in welke richting de Derde Dimensie, die
mij onbekend is, gaat?
VREEMDELING:
Daar ben ik ben
vandaan gekomen.
Het is boven op en beneden onder.
IK:.
Mijn Heer bedoelt
kennelijk dat het
Noordwaarts en Zuidwaarts is.
VREEMDELING:
Dat bedoel
ik niet.
Ik bedoel een richting waarin jij niet kunt kijken, omdat je geen oog
aan
je zijkant hebt.
IK:
Excuseer me, mijn Heer,
maar één
moment van onderzoek zal uwe Excellentie ervan overtuigen dat ik een
volmaakt
lichtgevend lichaam op de verbinding van mijn twee zijden heb.
VREEMDELING:
Ja, maar om de
Ruimte in te
kijken zou je niet op je Omtrek, maar op je zijde, een oog moeten
hebben,
dat is op wat jij waarschijnlijk je inwendige zou noemen; maar wij
zouden
dat in Ruimteland je zijkant noemen.
IK:
Een oog in mijn binnenkant!
Een oog
in mijn maag! Uwe Excellentie schertst.
VREEMDELING:
Ik ben niet in de
stemming
om te schertsen. Ik zeg je dat ik uit de Ruimte kom, of omdat je niet
begrijpt
wat Ruimte betekent, uit het Land van de Drie Dimensies, vanwaar ik nog
maar kort geleden op jouw Vlakte die jij voorwaar Ruimte noemt,
neerkeek.
Vanuit dat gunstige standpunt heb ik gezien dat alles waarover jullie
als
vast ( waarmee jullie "ingesloten door vier zijden", noemen) jullie
huizen,
jullie kerken, jullie zelfs jullie kisten en kluizen, ja zelfs jullie
binnenkanten
en magen, spreken, allemaal open en bloot liggen en aan mijn blik
worden
blootgesteld.
IK:.
Zulke beweringen kunnen
gemakkelijk
gemaakt worden, mijn Heer.
VREEMDELING:
Maar niet
eenvoudig bewezen,
bedoel je. Maar ik ben van plan de mijne te bewijzen. Toen ik hier
neerdaalde,
zag ik jouw vier Zonen, de Pentagonalen, elk in hun kamer, en je twee
Kleinzonen
de Hexagonalen; Ik zag dat je jongste Kleinzoon nog even bij je bleef
en
zich toen in zijn kamer terugtrok en jou en je Vrouw alleen liet. Ik
zag
je Isoscele bedienden, drie in getal, aan het avondmaal in de keuken en
de kleine Page in de bijkeuken, zitten. Toen ben ik hier gekomen en hoe
denk jij dat ik gekomen ben?
IK:
Door het dak, veronderstel
ik.
VREEMDELING:
Niet zo. Je dak
is, zoals
je heel goed weet, pas gerepareerd en heeft zelfs geen opening waar een
Vrouw door zou kunnen binnendringen. Ik vertel je dat ik uit de Ruimte
kom. Heb ik je nu, door wat ik je over je kinderen en huishouden
verteld
heb, overtuigd?
IK:
Uwe Excellentie moet
beseffen dat iedereen
in de buurt, die beschikt over uwe Excellentie's overvloedige middelen
om informatie te verkrijgen, zich van zulke feiten die de belangen van
zijn nederige dienaar raken, gemakkelijk kan vergewissen.
VREEMDELING:
(Tot zichzelf.)
Wat moet ik
doen? Wacht, er komt nog een argument bij mij op. Als je een Rechte
Lijn
- bijvoorbeeld je Vrouw - ziet, hoeveel Dimensies ken jij haar dan toe?
IK:
Uwe Excellentie behandelt
mij als ware
ik een van die parvenuen die, onbekend met de Wiskunde, veronderstellen
dat een Vrouw echt een Rechte Lijn van slechts Een Dimensie is. Nee,
nee,
mijn Heer; wij Vierkanten zijn beter op de hoogte en zijn ons, net als
uwe Excellentie, ervan bewust dat een Vrouw, hoewel zij in de volksmond
een Rechte Lijn genoemd wordt, in werkelijkheid en wetenschappelijk een
zeer dun parallellogram in het bezit van Twee Dimensies, net als de
rest
van ons, is, namelijk lengte en breedte (of dikte). .
VREEMDELING:
Maar juist het
feit dat een
Lijn zichtbaar is houdt in dat die nog een andere Dimensie bezit..
IK:
Mijn Heer, ik heb net
toegegeven dat
een Vrouw zowel breed als lang is. Wij zien haar lengte, we leiden haar
breedte, die hoewel zeer gering, toch meetbaar is, af.
VREEMDELING:
Je begrijpt me
niet. Ik bedoel
dat je als je een Vrouw ziet je eigenlijk - afgezien van het afleiden
van
haar breedte - haar lengte en wat wij haar hoogte noemen, ziet;
ofschoon
die laatste Dimensie in jullie land oneindig klein is. Als een Lijn
alleen
maar een lengte zonder "hoogte" zou zijn, zou die niet langer Ruimte
innemen
en zou die onzichtbaar worden. Je moet dit ongetwijfeld toegeven?
IK:.
Ik moet inderdaad toegeven
dat ik
uwe Excellentie niet in het minst begrijp. Als wij in Platland een Lijn
zien, zien we lengte en glans. Als de glans verdwijnt, dooft de lijn
uit
en houdt op, zoals u zegt, Ruimte in te nemen. Maar ik ben in de
veronderstelling
dat uwe Excellentie aan glans de benaming van een Dimensie geeft en dat
u wat wij "glans" noemen, "hoog" noemt.
VREEMDELING:
Inderdaad niet.
Met "hoogte"
bedoel ik een Dimensie zoals jullie lengte; alleen is bij jullie
"hoogte",
omdat die uiterst klein is, niet zo gemakkelijk waarneembaar.
IK:
Mijn Heer, uw bewering is
eenvoudig
te toetsen. U zegt dat ik een Derde Dimensie, die u "hoogte" noemt,
heb.
Welnu, Dimensie houdt richting en maat in. Meet alleen maar mijn
"hoogte",
of geef mij slechts de richting aan waarin mijn "hoogte" zich uitstrekt
en ik zal uw bekeerling zijn. Anders moet ik mij excuseren over uwe
Excellentie's
eigen verstand.
VREEMDELING:
(Tot zichzelf) Ik
kan allebei
niet. Hoe kan ik hem overtuigen? Ongetwijfeld zou een eenvoudige
vermelding
van de feiten gevolgd door een zichtbaar bewijs voldoende behoren te
zijn.-
Nu, Heer, luister naar me.
U
leeft op een Vlakte. Wat u
Platland noemt
is het uitgestrekte vlakke oppervlak van wat ik een vloeistof zou mogen
noemen, waar bovenop, of in, jullie en jullie landgenoten zich heen en
weer bewegen, zonder er boven uit te stijgen of er onder te vallen.
Ik ben
geen vlakke Figuur, maar
een Vast
Lichaam. U noemt mij een Cirkel; maar in werkelijkheid ben ik geen
Cirkel,
maar een oneindig aantal Cirkels, in grootte variërend van een
Punt
tot een Cirkel van dertien inches in Diameter, waarvan de een op de
ander
geplaatst is. Als ik door uw vlak snijd, zoals ik nu doe, maak ik in uw
vlak een doorsnede die u, zeer juist, een Cirkel noemt. Want zelfs een
Bol - wat in mijn eigen land mijn eigenlijke naam is, moet,-
mocht
hij zich aan een inwoner van Platland vertonen - zich
noodzakelijkerwijs
als een Cirkel vertonen.
Herinner
je je niet - want ik,
die alle
dingen zie, zag afgelopen nacht het denkbeeldige visioen van Lijnland
in
je brein geschreven worden - herinner je je niet, zeg ik, hoe je, toen
je het rijk van Lijnland binnenging, genoodzaakt werd om jezelf
niet
als een Vierkant, maar als een Lijn aan de Koning te vertonen, omdat
dat
Lineaire rijk geen Dimensies genoeg had om je geheel, maar slechts een
schijf of doorsnede van je, af te beelden? Op precies dezelfde manier
is
jullie land van Twee Dimensies niet ruimtelijk genoeg om mij, een wezen
van Drie, af te beelden, maar kan het slechts een schijf of doorsnede
van
mij, wat jullie een Cirkel noemen, laten zien.
De
afnemende glans van je oog
duidt ongeloof
aan. Maar bereid je erop voor een absoluut bewijs van de waarheid van
mijn
beweringen te krijgen. Je kunt inderdaad niet meer dan een van mijn
doorsneden,
of Cirkels, tegelijkertijd zien; want je bent niet in staat om je oog
uit
het vlak van Platland te verheffen; maar je kunt in ieder geval zien
dat,
als ik in de Ruimte omhoog ga, mijn doorsneden kleiner worden.
Kijk,
nu zal ik omhoog gaan; en het effect voor je oog zal zijn dat mijn
Cirkel
kleiner en kleiner zal worden, tot die een punt inkrimpt en
uiteindelijk
verdwijnt.

Het
was geen "omhooggaan" wat
ik kon zien;
maar hij kromp en verdween tenslotte. Ik knipperde een of twee keer met
mijn ogen om mij ervan te vergewissen dat ik niet droomde. Maar het was
geen droom. Want uit de diepten van nergens kwam een holle stem
tevoorschijn
- dicht bij mijn hart naar het leek - "Ben ik helemaal weg? Ben je nu
overtuigd?
Welnu, nu zal ik geleidelijk naar Platland terugkeren en zul je mijn
doorsneden
groter en groter zien worden".
Iedere
lezer in Ruimteland zal
eenvoudig
begrijpen dat mijn geheimzinnige Gast de taal der waarheid en zelfs der
eenvoud sprak. Maar voor mij, hoewel ik bekwaam was in de Platlandse
Wiskunde,
was het geenszins een eenvoudige zaak. Het hierboven gegeven
schematische
diagram zal aan ieder Ruimtelands kind duidelijk kunnen maken dat de
Bol,
opstijgend volgens de drie daar aangegeven posities, zichzelf
noodzakelijkerwijs
aan mij, of aan ieder andere Platlander, als een Cirkel moet hebben
vertoond,
eerst op volledige grootte, dan klein, en tot slot inderdaad heel
klein,
nacerend tot een Punt. Maar voor mij waren, hoewel ik de feiten voor
mij
zag, de oorzaken even duister als ooit. Al wat ik kon begrijpen was dat
de Cirkel zichzelf kleiner gemaakt had en verdween en dat hij nu
opnieuw
verschenen was en zich snel groter maakte.
Toen
hij zijn oorspronkelijke
grootte herkregen
had, slaakte hij een diepe zucht; want hij merkte aan mijn zwijgen dat
het mij op geen enkele manier gelukt was hem te begrijpen. En ik was
inderdaad
nu geneigd te geloven dat hij helemaal geen Cirkel was, maar een
uiterst
knappe jongleur; of dat de oudewijvenpraatjes wel waar waren en dat er
per slot van rekening zulke mensen als Tovenaars en Magiërs waren.
Na een
lang oponthoud mompelde
hij in zichzelf,
"Als ik niet mijn toevlucht tot actie neem, blijft er slechts
één
redmiddel over. Ik moet de methode van de Analogie proberen." Toen
volgde
er een nog langere stilte, waarna hij onze dialoog vervolgde.
BOL:
Vertel me, Mijnheer de
Wiskundige;
als een Punt Noordwaarts beweegt en een lichtgevend spoor achterlaat,
welke
naam zou je dat spoor geven?
IK:
Een Rechte Lijn.
BOL:
En hoeveel uiteinden heeft
een rechte
Lijn?
IK:
Twee
BOL:
Stel je nu voor dat de
Noordwaartse
rechte Lijn parallel aan zichzelf beweegt, Oost en West, zodat elk punt
ervan het spoor van een rechte Lijn achterlaat.Welke naam zou je aan
het
Figuur dat zo ontstaat geven? Laten we veronderstellen dat het over een
afstand gelijk aan de oorspronkelijke rechte Lijn beweegt. - Ik zeg,
welke
naam?
IK:.
Een Vierkant
BOL:
En hoeveel zijden heeft
een Vierkant?
Hoeveel hoeken?
IK:.
Vier zijden en vier hoeken.
BOL:
Breidt je voorstelling nu
wat uit
en stel je een Vierkant in Platland, dat parallel aan zichzelf naar
boven
beweegt, voor.
IK:
Wat? Noordwaarts?
BOL:
Als het Noordwaarts
beweegt zouden
de Zuidelijke punten van het Vierkant dwars door de posities die
voordien
door de Noordelijke punten bezet waren, gaan. Maar dat is mijn
bedoeling
niet.
Ik
bedoel dat elk van jouw
Punten - omdat
jij een Vierkant bent en het doel van mijn uitleg moet dienen - elk van
jouw Punten, dat wil zeggen van wat jij je inwendige noemt, op zulk een
manier door de Ruimte naar boven moet gaan dat geen enkel Punt door de
positie, die eerder door enig ander Punt ingenomen werd, heen zal gaan;
maar ieder Punt zal voor zichzelf een rechte Lijn beschrijven. Dit is
helemaal
in overeenstemming met de Analogie; dat moet je nu vast en zeker
duidelijk
zijn.
Ik
bedwong mijn ongeduld - want
ik verkeerde
in een sterke verleiding blindelings op mijn Bezoeker af te stormen en
hem de Ruimte in te werpen, of hoe dan ook uit Platland, zodat ik van
hem
af zou zijn - en ik antwoordde:
"En
wat zou dan wel de aard van
de Figuur
die ik door deze beweging, die u zo graag met het woord "omhoog"
bedoelt,
zijn"? Ik veronderstel dat het in de taal van Platland te beschrijven
is."
BOL:
Oh, zeker. Het is heel
duidelijk en
eenvoudig, en in strikte overeenstemming met de Analogie - alleen moet
je, tussen twee haakjes, niet over het resultaat als ware het een
Figuur,
maar als ware het een Vast Lichaam spreken. Maar ik zal het je
beschrijven.
Of liever niet ik, maar de Analogie.
We
begonnen met een enkel Punt,
wat natuurlijk
- omdat het zelf een Punt is - slechts één eindstandig
Punt
heeft.
Eén
Punt levert een Lijn
met twee
eindstandige Punten.
Eén
Lijn levert een
Vierkant met
vier eindstandige Punten.
Nu kun
je het antwoord op je
eigen vraag
zelf geven: 1, 2, 4, zijn klaarblijkelijk een Meetkundige Reeks. Wat is
het volgende getal?
IK:
Acht.
BOL:
Juist. Dat ene Vierkant
levert een
Iets-waarvoor-jij-nu-nog-geen-naam-hebt-maar-wat-wij-een-Kubus-noemen
met
acht eindstandige Punten. Ben je nu overtuigd?
IK: En
heeft dit Schepsel ook
zijden en
hoeken of wat u "Eindstandige Punten" noemt?
BOL:
Natuurlijk, en geheel in
overeenstemming
met de Analogie. Maar, tussen twee haakjes, niet wat jullie zijden,
maar
wat wij zijden noemen. Jullie zouden het Vaste Lichamen noemen.
IK: En
hoeveel vaste lichamen
of zijden
behoren aan dit Wezen dat ik door mijn inwendige in een "opwaartse"
richting
te bewegen zou moeten genereren, en wat jullie een Kubus noemen, toe?
BOL:
Hoe kun je dat nu vragen?
En jij bent
een Wiskundige! De zijde van iets is, als ik zo mag zeggen, altijd een
Dimensie achter het ding. Derhalve heeft een Punt, aangezien er geen
Dimensie
achter het Punt is, 0 zijden; een Lijn heeft, als ik mag zeggen, 2
zijden
(want de Punten van een lijn zou je uit hoffelijkheid zijn zijden
kunnen
noemen); een Vierkant heeft 4 zijden; 0, 2, 4; hoe noem je die Reeks?
IK:.Een
Meetkundige.
BOL:
En wat is het volgende
nummer?
IK:
Zes.
BOL:
Juist. Zo zie je hoe je je
eigen vraag
beantwoord hebt. De Kubus die je zult genereren zal door zes zijden,
dat
wil zeggen, zes van jullie binnenkanten begrensd worden. Nu zie je het
allemaal, hè?
"Monster,"
krijste ik, "gij
jongleur, tovenaar,
droom of duivel, ik kan uw spotternijen niet langer verdragen. Of u, of
ik moet sterven." En onder deze woorden stortte ik mij op hem.
17.
Hoe de Bol, na tevergeefs
met woorden
geprobeerd te hebben, tot daden overging
HET
WAS tevergeefs. Ik bracht mijn
hardste
rechte hoek met de Vreemdeling in botsing, en viel hem aan met een
kracht,
voldoende om een gewone Cirkel te vernietigen; maar ik kon hem langzaam
en onweerstaanbaar uit mijn aanraking weg voelen glippen; geen naar
rechts
of links schuiven, maar op een of andere manier uit de wereld bewegen
en
in het niets verdwijnen. Weldra was er een leegte. Maar nog steeds
hoorde
ik de stem van de Indringer.BOL: Waarom weiger je voor rede vatbaar te
zijn? Ik had gehoopt in jou - als redelijk mens en volleerd Wiskundige
- een geschikte apostel van het Evangelie van de Drie Dimensies,
waarvan
mij is toegestaan is om dat eens in de duizend jaar te prediken, te
vinden;
maar ik weet niet hoe ik je moet overtuigen. Wacht, ik heb het. Daden
en
geen woorden, zullen de waarheid verkondigen. Luister, mijn vriend.
Ik heb
je verteld dat ik vanuit
mijn positie
in de Ruimte het inwendige van alle dingen, die jij als gesloten
beschouwd,
kan zien. Ik zie bijvoorbeeld, in gindse kast vlakbij waar jij
staat,
verschillende wat jij dozen noemt (maar zoals al het andere in
Platland,
hebben zij boven- noch onderkanten) vol geld; ik zie ook twee
schriften.
Ik ga nu in die kast neerdalen en je een van die schriften brengen. Ik
heb gezien dat je die kast een half uur geleden hebt afgesloten, en ik
weet dat je de sleutel in je bezit hebt. Maar ik daal neer uit de
Ruimte;
de deuren blijven, zoals je ziet, onbeweeglijk. Nu ben ik in de kast en
pak het schrift. Nu heb ik het. Nu stijg ik ermee op.
Ik
rende naar de kast en wierp
de deur
open. Een van de schriften was verdwenen. Met een spottende lach
verscheen
de Vreemdeling in de andere hoek van de kamer, en op hetzelfde moment
verscheen
het schrift op de vloer. Ik raapte het op. Er kon geen twijfel over
bestaan
- het was het ontbrekende schrift.
Ik
kermde van angst en vroeg me
af ik niet
buiten zinnen was; maar de Vreemdeling vervolgde: "Je moet nu
ongetwijfeld
zien dat mijn en geen andere verklaring, met het verschijnsel
overeenkomt.
Wat jullie Vaste Dingen noemen zijn eigenlijk oppervlakkige; wat jullie
Ruimte noemen is niets anders dan een groot Vlak. Ik ben in de Ruimte
en
kijk neer op
het inwendige van de dingen
waarvan jij
alleen de buitenkanten kunt zien. Je zou dit Vlak zelf, als je de
benodigde
wilskracht zou kunnen verzamelen, kunnen verlaten. Een kleine opwaartse
of neerwaartse beweging zou je in staat stellen, om alles wat ik zie,
te
zien.
"Hoe
hoger ik stijg, en hoe
verder ik van
jouw Vlak af ga, hoe meer ik kan zien, ofschoon ik het op een kleinere
schaal zie. Ik daal nu bijvoorbeeld neer; nu kan ik je buurman de
Hexagonaal
en zijn familie in hun verschillende kamers, zien; nu zie ik de
binnenkant
van het Theater, tien deuren verder, waaruit op dit moment het publiek
net vertrekt; en aan de andere kant zie ik een Cirkel in zijn
studeerkamer
in zijn boeken zitten. Nu zal ik naar je terugkeren. En, wat zou je
ervan
zeggen als ik je, als een kroonbewijs, een tik, alleen maar een zeer
geringe
tik, in je maag zou geven? Het zal je niet ernstig verwonden en de
geringe
pijn die je zou kunnen voelen kun je niet vergelijken met het mentale
profijt,
dat het je zal opleveren.
Voordat
ik een woord protest
kon uiten,
voelde ik een schietende pijn in mijn inwendige en een duivelse lach
leek
vanuit mijn binnenste te komen. Een moment later was de scherpe
doodsangst
verdwenen en liet niets anders dan een doffe pijn achter en de
Vreemdeling
begon opnieuw te verschijnen en sprak, terwijl hij geleidelijk in
grootte
toenam: "Ik heb je toch niet teveel pijn gedaan, of wel? Als je nu niet
overtuigd bent, weet ik niet wat je wel kan overtuigen.Wat zeg je?'
Mijn
besluit was genomen. Het
leek onverdraaglijk
dat ik, onderworpen aan de willekeurige beproevingen van een
Magiër,
die op zo'n manier zelfs met iemands maag streken kon uithalen, mijn
leven
op het spel zou zetten. Al kon ik er maar in slagen hem, tot er hulp
zou
opdagen, tegen de muur te spietsen!
Ik
beukte mijn hardste hoek nog
een keer
tegen hem aan, en alarmeerde op hetzelfde moment door mijn hulpkreten
mijn
hele huishouden. Ik geloof dat de Vreemdeling, op het moment dat ik
daarmee
begon, onder ons Vlak gezonken was en er echt moeite mee had om op te
stijgen.
Hij bleef in ieder geval onbeweeglijk, terwijl ik, naar mijn idee het
geluid
van een of andere hulp hoorde aankomen, met verdubbelde hevigheid tegen
hem aanduwde en doorging met het schreeuwen om hulp.
Een
krampachtige trilling voer
door de
Vreemdeling. "Dit kan niet," dacht ik dat ik hem hoorde zeggen, "of hij
moet voor rede vatbaar zijn, of ik moet mijn toevlucht tot het
laatste
redmiddel voor onze beschaving nemen." Toen richtte hij zich met een
luidere
toon tot mij en riep gehaast uit, "Luister: geen vreemdeling zal
meemaken,
wat jij meegemaakt hebt. Stuur je Vrouw, voor zij de kamer
binnentreedt,
meteen terug. Het Evangelie van de Drie Dimensies mag zo niet
gedwarsboomd
worden. Zo moeten de vruchten van duizend jaar wachten niet weggegooid
worden. Ik hoor haar aankomen. Terug! Terug! Ga weg van mij of je moet
met mij - waar jij de weg naar toe niet van kent - naar het Land van de
Drie Dimensies gaan! "
"Dwaas!
Gek! Onregelmatige!"
riep ik uit;
"nooit zal ik je loslaten; je zult de straf voor jouw bedriegerijen
betalen."
"Ha!
Is het zo ver?" donderde
de Vreemdeling:
"ga dan maar je Noodlot tegemoet: je gaat nu je Vlak uit. Een, twee,
drie!"
Het is gebeurd!"
18.
Hoe ik in Ruimteland kwam
en wat ik daar
zag
EEN
ONUITSPREKELIJKE angst greep
mij aan.
Toen was er duisternis; toen een duizeligmakende, misselijkmakende
sensatie
van waarnemen die anders dan zien was; Ik zag een Lijn die geen Lijn
was;
Ruimte die geen Ruimte was: Ik was mijzelf en niet mijzelf. Toen ik
mijn
stem had hervonden, krijste ik luid en in doodsangst, "Of het is
krankzinnigheid,
of het is de Hel." "het is allebei niet," antwoordde de stem van de Bol
kalm, "het is Kennis; het is Drie Dimensies: doe je ogen weer open en
probeer
te blijven kijken."Ik keek, en zie, een nieuwe wereld! Daar stond,
zichtbaar
belichaamd, alles wat ik voorheen afgeleid, vermoed en gedroomd, had
over
volmaakt Circulaire schoonheid, voor me. Wat het middelpunt van de vorm
van de Vreemdeling leek, lag open voor mijn blik; toch kon ik geen
hart,
geen longen, noch arteriën zien; slechts een prachtig harmonisch
Iets
- waar ik geen woorden voor had; maar jullie, mijn Lezers in
Ruimteland,
zouden dat het oppervlak van de Bol noemen.
Ik
wierp mijzelf mentaal ter
aarde voor
mijn Gids en riep uit: "Hoe is het mogelijk, o mijn goddelijk ideaal
van
volmaakte liefde en wijsheid, dat ik uw inwendige zie en toch uw hart,
uw longen, uw arteriën en uw lever, niet kan onderscheiden?" "Je
ziet
niet wat je denkt dat je ziet, " antwoordde hij, "het is jou, noch een
ander Wezen, gegeven mijn inwendige delen te aanschouwen. Ik ben van
een
andere orde van Wezens dan die in Platland. Zou ik een Cirkel zijn, dan
zou je mijn ingewanden kunnen onderscheiden, maar ik ben een Wezen,
zoals
ik je al eerder verteld heb, samengesteld uit vele Cirkels, de Vele in
Een, in dit land een Bol genaamd. En net zoals de buitenkant van een
Kubus
een Vierkant is, vertoont de buitenkant van een Bol het uiterlijk van
een
Cirkel."
Hoewel
ik door mijn Leraars
raadselachtige
uitspraak verbijsterd was, wond ik me er niet meer over op, maar aanbad
hem in stille aanbidding. Met meer mildheid in zijn stem vervolgde hij:
"Kwel jezelf niet als je de diepere geheimenissen van Ruimteland niet
meteen
kunt begrijpen. Geleidelijk zullen ze je dagen. Laten we beginnen met
een
blik terug naar de streek waar jij vandaan gekomen bent, te werpen.
Keer
even met mij terug naar de vlakken van Platland en ik zal je laten zien
waar je vaak over geredeneerd en nagedacht hebt, maar nooit met je
gezichtszin
gezien hebt.- een zichtbare hoek." "Onmogelijk!" riep ik; maar terwijl
de Bol voorging, volgde ik hem als in een droom, tot zijn stem mij
opnieuw
tegenhield: "Zie ginds en aanschouw je eigen Pentagonale huis en al
zijn
bewoners."
Ik
keek naar beneden en zag met
mijn stoffelijke
oog al die huiselijke kenmerken die ik tot dan toe slechts
verstandelijk
had afgeleid. En hoe armzalig en hersenschimmig was het afgeleide
vermoeden
in vergelijking met de werkelijkheid die ik nu aanschouwde! Mijn vier
Zonen
sliepen kalm in de Noord-Westelijke kamers; de Bedienden, de Butler,
mijn
Dochter sliepen allemaal in hun verschillende vertrekken. Alleen mijn
welwillende
Vrouw had, gealarmeerd door mijn aanhoudende afwezigheid, haar kamer
verlaten,
dwaalde in de Hal op en neer, en wachtte ongerust op mijn terugkeer.
Ook
de Page had, gewekt door mijn geschreeuw, zijn kamer verlaten en was,
onder
het voorwendsel dat hij wilde kijken of ik ergens flauwgevallen was, in
de kast in mijn studeerkamer aan het rondneuzen. Dit kon ik nu allemaal
zien en niet slechts afleiden; en terwijl wij dichter en dichter
bijkwamen,
kon ik zelfs de inhoud van mijn kast en de twee gouden kisten en de
schriften
waar de Bol melding van had gemaakt, zien.

Geraakt
door het verdriet van
mijn Vrouw,
zou ik wel naar beneden hebben willen springen om haar gerust te
stellen,
maar ik bleek niet in staat te bewegen. "Maak je geen zorgen over je
Vrouw,"
zei mijn Gids: "zij zal zich niet lang zorgen maken; laten wij intussen
een overzicht van Platland nemen."
Opnieuw
voelde ik mij door de
Ruimte stijgen.
Het was precies zo als de Bol gezegd had. Hoe verder wij van een ding
dat
wij aanschouwden af raakten, hoe grote het blikveld werd. Mijn
geboortestad,
met het inwendige van elk huis en elk schepsel daarin, lag in miniatuur
voor mijn blik open. We klommen hoger, en zie, de geheimen van de
aarde,
de diepten van de mijnen en zelfs spelonken in de heuvels, werden mij
onthuld.
Met
ontzag vervuld bij het zien
van de
geheimen van de aarde, die zo voor mijn oog ontsluierd werden, sprak ik
tot mijn Metgezel, "Zie, ik ben als een God geworden. Want de wijze
mensen
in ons land zeggen dat alle dingen zien, alzien, zoals zij dat
uitdrukken,
het attribuut van God alleen is." Er klonk iets van minachting in de
stem
van mijn Leraar door toen hij antwoordde: "is dat inderdaad zo? Dan
zouden
juist de zakkenrollers en moordenaars uit mijn land door jullie wijze
mensen
aanbeden moeten worden, want niemand van hen ziet niet evenveel als jij
nu ziet. Maar vertrouw op mij, jullie wijzen zien het verkeerd."
IK:
Dus alzien is ook het
attribuut van
anderen behalve van de Goden?
BOL:
Dat weet ik niet. Maar als
een zakkenroller
of moordenaar in ons land alles kan zien wat er in jouw land is, is dat
ongetwijfeld geen reden waarom de zakkenroller of moordenaar door jou
als
een God aanvaard zou moeten worden. Maar maakt dit alzien, zoals jij
dat
noemt - het is in Ruimteland geen gewoon woord - je
rechtvaardiger,
barmhartiger, minder egoïstisch, en liefhebbender? Niet in het
minst.
Dus hoe zou het jou goddelijker kunnen maken?
IK:
"Barmhartiger,
liefhebbender!"
Maar dat zijn de eigenschappen van de Vrouw! En wij weten dat een
Cirkel,
voor zover kennis en wijsheid hoger geacht moeten worden dan alleen
maar
genegenheid, een hoger wezen is dan een Rechte Lijn.
BOL:
Het is niet aan mij
menselijke eigenschappen
naar hun verdienste onder te verdelen. Toch denken veel van de beste en
wijste mensen in Ruimteland meer over de aandoeningen na, dan over het
verstand, meer over jullie verachte Rechte Lijnen dan over jullie
uitbundig
geprezen Cirkels. Maar genoeg hierover. Zie daar. Ken je dat gebouw?"
Ik
keen en in de verte zag ik
een immense
Polygonale structuur, waarin ik de Algemene Congreszaal van de Staten
van
Platland herkende, omgeven door aaneengesloten lijnen van Pentagonale
gebouwen
in rechte hoeken ten opzichte van elkaar, waar ik van wist dat het
straten
waren; en ik merkte dat ik de grote Metropool naderde.
"Hier
gaan we naar beneden,"
zei mijn Gids.
Het was nu morgen, het eerste uur van de eerste dag van het
tweeduizendste
jaar van onze tijdrekening. Nauwkeurig in overeenstemming, zoals hun
gewoonte
was, met het voorgaande jaar, kwamen de hoogste Cirkels van het rijk in
een plechtig conclaaf bijeen, zoals zij ook op het eerste uur van de
eerste
dag van het jaar duizend en op het eerste uur van de eerste dag van het
jaar 0 bijeengekomen waren.
De
notulen van de vorige
bijeenkomsten
werden nu door iemand waarin ik meteen mijn broer, een volmaakt
Symmetrisch
Vierkant en de Opper-Griffier van de Hoge Raad, herkende, voorgelezen.
Het bleek dat bij al die gelegenheden was opgetekend dat: "Hoewel de
Staten
in beroering gebracht waren door verschillende kwaadwillige personen
die
voorgaven dat zij openbaringen uit een andere Wereld hadden gekregen,
en
beweerden dat zij bewijzen hadden, waarmee zij zowel zichzelf als
anderen
tot waanzin aanzetten, er om die reden eenstemmig door de Hoge Raad
bepaald
was dat op de eerste dag van elk millennium, speciale bevelen naar de
Prefecten
in de verschillende streken van Platland gezonden zouden worden, om
nauwgezet
onderzoek naar zulke misleide personen en alle dezulken te doen, en
zonder
de formaliteit van wiskundige toetsing, te vernietigen voor zover zij
Isoscelen
van welke graad dan ook waren, iedere regelmatige Driehoek te geselen
en
gevangen te zetten, er voor te zorgen dat ieder Vierkant of Pentagonaal
naar het Districts-Asiel gestuurd werd en om ieder ander van een hogere
rang te arresteren en hem rechtstreeks naar Hoofdstad te sturen om door
de Raad ondervraagd en veroordeeld te worden."
"Je
hoort je lot," sprak de Bol
tot mij,
terwijl de Raad voor de derde keer het formele besluit aannam. "Dood of
gevangenschap staat de Apostel van het Evangelie van de Drie Dimensies
te wachten." Dat niet," antwoordde ik, "de zaak is mij nu zo duidelijk,
de aard van ware ruimte zo voelbaar, dat ik denk dat ik het een kind
zou
kunnen laten begrijpen. Laat mij nu maar afdalen en hen verlichten."
"Nog
niet," zei mijn Gids, "die tijd komt nog. Intussen moet ik mijn missie
volbrengen. Jij blijft hier op je plaats zitten." En bij deze woorden,
sprong hij met grote behendigheid in de zee (als ik dat zo mag noemen)
van Platland, precies midden in de kring van Raadslieden. "Ik kom,"
riep
hij, "om te verkondigen dat er een land van Drie Dimensies is."
Ik kon
veel van de jongere
Raadslieden
in merkbare angst zien terugdeinzen, toen de Bol's cirkelvormige
doorsnede
zich voor hen uitbreidde. Maar op een teken van de voorzittende Cirkel
- die niet de minste verontrusting of verrassing toonde - stormden uit
zes verschillende hoeken zes Isoscelen van een laag soort op de Bol af.
"We hebben hem," riepen ze; "Nee; ja; we hebben hem nog! hij gaat ervan
door! hij is weg!"
"Mijne
Heren," sprak de
President tot de
Junior-Cirkels van de Raad, "er is niet de minste reden voor
verrassing;
de geheime archieven, waar ik alleen toegang toe heb, vertellen mij dat
een dergelijk voorval ook in het begin van de laatste twee millennia
voorgevallen
is. Jullie zullen natuurlijk niets over deze kleinigheidjes buiten de
Raad
vertellen."
Hij
verhief zijn stem en maande
de bewakers.
"Arresteer de politieagenten; breng ze tot zwijgen. Je kent je plicht."
Nadat hij de rampzalige politieagenten - noodlottige en ongewilde
getuigen
van een Staatsgeheim wat zij niet zouden mogen onthullen - aan hun lot
had toevertrouwd, richtte hij zich weer tot de Raadslieden: "Mijne
Heren,
het werk van de Raad is beëindigd en ik heb u nog alleen een
gelukkig
Nieuw Jaar toe te wensen." Voor hij wegging betuigde hij, op enige
afstand,
aan de Griffier, mijn uitnemende maar allerongelukkigste broer, zijn
oprechte
spijt, omdat hij hem, in overeenstemming met de voorgaande en ter wille
van de geheimhouding, tot een levenslange gevangenschap moest
veroordelen,
maar dat, voegde er met voldoening aan toe, tenzij er enige melding van
het gebeuren op die dag door hem zou worden gemaakt, zijn leven
gespaard
zou blijven.
19.
Hoe ik, hoewel de Bol me
andere geheimen
van Ruimteland liet zien, ik nog meer verlangde; en wat daar van kwam
TOEN
IK zag hoe mijn arme broeder
gevankelijk
werd weggevoerd, probeerde ik in de Raads-Kamer naar beneden te
springen,
met het verlangen uit zijn naam te bemiddelen, of hem minstens vaarwel
te wensen. Maar ik merkte dat ik niet uit mijzelf kon bewegen. Ik was
volkomen
afhankelijk van de wilskracht van mijn Gids, die op naargeestige toon
zei,
"Hoed uw broeder niet, misschien zul je hierna nauwelijks tijd hebben
hem
je medeleven te betuigen.Volg me."

Opnieuw
stegen wij op in de
Ruimte. "Tot
nu toe," zei de Bol, "heb ik je niets dan Vlakke Figuren en hun
inwendige
laten zien. Nu moet ik je met Vaste Lichamen kennis laten maken en je
het
plan waarop zij geconstrueerd zijn, onthullen. Aanschouw deze hoop
beweegbare
vierkante kaarten. Kijk, ik leg de een op de ander, niet zoals jij
veronderstelt,
Noordwaarts van de ander, maar óp de ander. Nu een tweede, nu
een
derde. Kijk, ik bouw nu, door een grote hoeveelheid Vierkanten parallel
aan elkaar te leggen, een Vast Lichaam. Nu is het Vaste Lichaam klaar,
even hoog als lang en breed en wij noemen dat een Kubus."
"Excuseer
mij, mijn Heer,"
antwoordde ik;
"maar voor mijn oog ziet het eruit als een Onregelmatige Figuur, welks
inwendige voor het oog is blootgelegd; ik denk dat ik, met andere
woorden,
geen Vast Lichaam, maar een Vlak zoals wij in Platland afleiden, zie;
maar
met een Onregelmatigheid, die op iets monsterlijk crimineels wijst,
zodat
alleen al de aanblik pijn aan mijn ogen doet.""
"Natuurlijk,"
zei de Bol,
"lijkt het, omdat
jij niet gewend bent aan licht en schaduw en perspectief, voor jou een
Vlak; net zoals in Platland een Hexagonaal, voor iemand die de Kunst
van
Blik-Herkenning niet bezit, een Rechte Lijn zou lijken. Maar in
werkelijkheid
is het een Vast Lichaam, zoals je met je Voelzin zult merken."
Daarna
stelde hij me voor aan
de Kubus,
en ik merkte dat dit magnifieke Wezen inderdaad geen Vlak was, maar een
Vast Lichaam; en dat hij met zes vlakke zijden en acht eindstandige
punten
begiftigd was, die vaste hoeken werden genoemd; en ik herinnerde mij de
uitspraak van de Bol dat net zo'n Schepsel als dit, door een Vierkant,
dat in de Ruimte, parallel aan zichzelf zou bewegen, gevormd zou kunnen
worden en bedacht verheugd, dat een zo onbeduidend Schepsel als ik, in
zekere zin de Stamvader van een net zo luisterrijk nageslacht zou
kunnen worden genoemd.
Maar
nog steeds kon ik de
bedoeling van
wat mijn Meester mij verteld had over "licht" en "schaduw" en
"perspectief"
niet volledig begrijpen; en ik aarzelde niet hem mijn problemen voor te
leggen.
Zou ik
de uiteenzetting van de
Bol van
deze zaken, hoe beknopt en helder het ook was, moeten geven, dan zou
dat
voor een inwoner van de Ruimte, die deze dingen al weet, doodsaai zijn.
Laat het voldoende zijn dat hij, door zijn heldere uitspraken en door
de
positie van voorwerpen en licht te veranderen, en door mij toe te staan
de verschillende voorwerpen en zelfs zijn eigen gewijde Persoon, te
voelen
, uiteindelijk alle dingen voor mij helder maakte, zodat ik nu
gemakkelijk
onderscheid tussen een Cirkel en een Bol, een Vlakke Figuur en een Vast
Lichaam, kon maken.
Dit
was de Climax, het Paradijs
van mijn
vreemde veelbewogen Geschiedenis. Van nu af moet ik het verhaal van
mijn
ellendige val verhalen: - allerellendigste, en toch uiterst
onverdiende!
Want waartoe zou de dorst naar kennis opgewekt worden? Om slechts
teleurgesteld
en gestraft te worden? Mijn wilskracht krimpt bij de pijnlijke taak mij
mijn vernedering in mijn geheugen terug te roepen; toch zal ik dit, als
een tweede Prometheus, doorstaan en ik zou het erger maken, als ik op
een
of andere manier in het inwendige van de Vlakke en Vaste Mensheid, een
geest van opstand tegen de Opvatting die onze Dimensies tot Twee of
Drie
of enig getal onder de Oneindigheid zou beperken, zou opwekken.Weg dus
met al die persoonlijke overwegingen! Laat ik zonder verdere
uitweidingen
of afdwalingen tot het einde, zoals ik begon, doorgaan, en het rechte
pad
van objectieve Geschiedenis volgen. De precieze feiten, de precieze
woorden,
- en zij zijn in mijn hersenen gebrand - zullen zonder een jota te
veranderen
neergeschreven worden; en laten mijn Lezers oordelen tussen mij en het
Lot.
De Bol
zou graag verder gegaan
zijn met
zijn lessen en mij indoctrineren in de vorming van alle regelmatige
Vaste
Lichamen, Cilinders, Kegels, Piramiden, Pentahedronen, Hexahedronen,
Dodecahedronen
en Bollen; maar ik waagde het hem in de rede te vallen. Niet dat ik
kennismoe
was. Integendeel, ik dorste naar nog diepere en vollere teugen dan hij
me aanbood.
"Vergeef
me," zei ik, "O Gij
Die ik niet
langer als de Vervolmaking van alle Schoonheid moet toespreken; maar
mag
ik u smeken mij toe te staan een blik op uw inwendige te werpen."
BOL:
Mijn wat?
IK: Uw
inwendige; uw maag, uw
ingewanden.
BOL:
Vanwaar deze ongepaste en
vrijpostige
vraag? En wat bedoel je ermee te zeggen, dat ik niet langer de
Vervolmaking
van alle Schoonheid ben?
IK:
Mijn Heer, uw eigen
wijsheid heeft
mij geleerd naar de Ene zelfs grotere, mooiere en dichter bij de
Volmaaktheid dan uzelf te streven. Als u zelf, superieur aan alle
Platlandse
vormen, vele Cirkels in Een verenigt, dan is er ongetwijfeld Een boven
u die vele Bollen in Een Opperst Bestaan, verenigt, en zo zelfs de
vaste
Lichamen van Ruimteland overtreft. En zelfs als wij, die nu in de
Ruimte
zijn, neerkijken op Platland en het inwendige van alle dingen zien, zo
is er stellig toch boven ons een of andere hogere, zuiverder streek,
waarheen
gij ongetwijfeld voornemens bent mij te leiden - O Gij Die ik altijd,
overal
en in alle Dimensies, mijn Priester, Filosoof en Vriend zal
noemen,
- een nog ruimtelijke Ruimte, een nog dimensionalere
Dimensionaliteit,
van welks geschikte uitzichtspunt wij te samen zullen neerzien op het
ontsluierde
inwendige van de Vaste dingen, en waar uw eigen ingewanden en die van
uw
verwante Bollen, open zullen liggen voor de blik van een arme zwervende
balling uit Platland, aan wie al zoveel is verleend.
BOL:
Poeh! Onzin! Genoeg van
deze onbenulligheid!
De tijd is krap en er is veel te doen, voor je geschikt bent om het
Evangelie
van de Drie Dimensies aan je blinde onwetende landgenoten in Platland,
te verkondigen .
IK:
Nee, goedgunstige Leraar,
onthoudt
mij niet waarvan ik weet dat gij bij machte zijt het te doen. Gun mij
slechts
één glimp in uw inwendige, en ik zal voor altijd
verzadigd
en voortaan uw gedweeë leerling zijn, uw onbevrijdbare slaaf,
klaar
om al uw leringen te ontvangen en zich te voeden met de woorden die van
uw lippen vallen.
BOL:
Nu dan, laat ik je, om je
tevreden
te stellen en tot zwijgen te brengen, meteen zeggen dat ik, als ik het
zou kunnen, je zou laten zien wat je zou willen, maar ik kan het niet.
Zou je willen dat ik mijn maag binnenste buiten zou draaien om je te
gerieven?
IK:
Maar mijn Heer heeft mij
door mij met
zich mee te voeren in de Drie, de ingewanden van al mijn landgenoten in
het land van de Twee Dimensies laten zien. Wat is er dan nu
gemakkelijker
dan zijn dienaar op een tweede reis mee te nemen naar de gezegende
streek
van de Vierde Dimensie, vanwaar ik opnieuw met hem op dit land van de
Drie
Dimensies neer zal kijken, en het inwendige van elk drie-dimensionaal
huis,
de geheimen van de vaste aarde, de schatten van de mijnen in Ruimteland
en de ingewanden van ieder vast levend schepsel, zelfs van de edele en
aanbiddelijke Bollen, zal zien.
BOL:
Maar wat is dat land van
de Vier Dimensies?
IK: Ik
weet het niet, maar
ongetwijfeld
weet mijn Leraar dat.
BOL:
Ik niet. Zo'n land is er
niet. Alleen
al het idee ervan is volslagen onvoorstelbaar.
IK:
Voor mij niet
onvoorstelbaar, mijn
Heer, en daarom nog minder onvoorstelbaar voor mijn Meester. Nee, ik
wanhoop
er niet aan dat uwe Excellentie, zelfs hier in deze streek van de Drie
Dimensies, met uwe Excellentie's bekwaamheid voor mij de Vierde
Dimensie
zichtbaar zou kunnen maken; net als mijn Meesters kundigheid graag de
ogen
van zijn blinde dienaar voor de onzichtbare aanwezigheid van de Derde
Dimensie
geopend heeft, ook al zag ik die niet.
Laat
mij het verleden in
herinnering brengen.
Is mij beneden niet geleerd, dat als ik een lijn zag en een Vlak
afleidde,
ik in werkelijkheid een Derde niet herkende Dimensie, niet hetzelfde
als
glans, met de naam "hoogte", zag? En volgt daar niet uit dat ik, in
deze
streek, wanneer ik een Vlak zie en een Vast Lichaam afleid, in
werkelijkheid
een Vierde niet-herkende Dimensie, niet dezelfde als kleur, maar toch
oneindig
en onmeetbaar bestaand, zie?
En
daarnaast is er het Argument
van de
Analogie van Figuren..
BOL:
Analogie! Nonsens, wat
voor analogie?
IK:
Uwe Excellentie brengt zijn
dienaar
in de verzoeking om te zien of hij zich de openbaringen die hem ten
deel
zijn gevallen, herinnert. Spot niet met mij, mijn Heer; ik honger, ik
dorst
naar meer kennis. Zonder twijfel kunnen wij dat andere hogere
Ruimteland,
omdat wij in onze maag geen oog hebben, nu niet zien. Maar, net zoals
er
een rijk van Platland was, ofschoon die arme nietige Koning van
Lijnland
noch naar links noch naar rechts kon draaien om het te zien, en net
zoals
er binnen handbereik, en mijn raamwerk rakend, het land van de Drie
Dimensies
lag, ofschoon ik, blinde onnozele ellendeling, niet bij machte was het
aan te raken en geen oog in mijn inwendige had om het te onderscheiden,
is er met dezelfde zekerheid een Vierde Dimensie, die mijn Heer met het
innerlijke oog van de gedachte kan zien. En mijn Heer heeft mijzelf
geleerd
dat die moet bestaan. Of zou hij wat hij zijn dienstknecht zelf heeft
bijgebracht
vergeten kunnen hebben?
Heeft
een bewegende Punt in Een
Dimensie
niet een Lijn met twee eindstandige punten voortgebracht ?
Heeft
een bewegende Lijn in
Twee Dimensies
niet een Vierkant met vier eindstandige punten voortgebracht ?
Heeft
een bewegend Vierkant
niet - en heeft
mijn oog niet gezien - dat gezegende Wezen, een Kubus, met acht
eindstandige
punten voortgebracht ?
En zal
in Vier Dimensies een
bewegende
Kubus - als het helaas voor de Analogie en helaas voor de Vooruitgang
van
de Waarheid niet zo zou zijn - ik zeg, de beweging van een goddelijke
Kubus
niet een nog goddelijker Ordening met zestien eindstandige punten
teweegbrengen?
Zie de
feilloze vorming van de
reeks
2, 4, 8, 16: is dat niet een Meetkundige Reeks? Is dat niet - als ik de
eigen woorden van mijn Heer mag aanhalen - "strikt in
overeenstemming
met de Analogie?"
En
nogmaals, is mij niet door
mijn Heer
geleerd dat als er in een Lijn twee begrenzende Punten, en in een
Vierkant
vier begrenzende punten zijn, er dus in een Kubus zes begrenzende
Vierkanten
moeten zijn? Kijk nog eens naar de bewijzende reeks, 2, 4, 6: is dit
niet
een Rekenkundige Reeks? En volgt daar derhalve niet noodzakelijkerwijs
uit voort dat een nog goddelijker nageslacht van de goddelijke Kubus in
het Land van de Vier Dimensies, 8 begrenzende Kubussen moet hebben; en
is dat niet, zoals mijn Heer mij geleerd heeft te geloven, "geheel in
overeenstemming
met de Analogie?'
O,
mijn Heer, zie, ik doe in
vertrouwen
een beroep op een veronderstelling en ken de feiten niet; en ik doe een
beroep op uwe Excellentie om mijn logische voorgevoel te bevestigen of
te ontkennen. Als ik het fout heb, zal ik dat toegeven en zal niet
langer
naar een vierde Dimensie vragen; maar als ik het juist heb, moet mijn
Heer
voor rede vatbaar zijn.
Daarom
vraag ik of het wel of
geen feit
is dat uw landgenoten vroeger ook getuige zijn geweest van de
nederdaling
van Wezens van een hogere orde dan hun eigen, die gesloten kamers
binnengingen,
net zoals uwe Excellentie de mijne binnenging, zonder de deuren of
ramen
te openen en die naar willekeur verschenen en verdwenen? Ik ben bereid
voor het antwoord op deze vraag alles op het spel te zetten. Ontken het
en ik zal voortaan het zwijgen ertoe doen. Verleen mij slechts een
antwoord.
BOL: (
na een pauze) Het wordt
zo verteld.
Maar de mensen verschillen van mening over de feiten. En zelfs als ze
de
feiten toegeven, leggen ze die toch op verschillende manieren uit. En
in
ieder geval heeft niemand, hoe groot het aantal van de verschillende
verklaringen
ook moge zijn, de theorie van een vierde Dimensie aangenomen of er op
gezinspeeld.
Daarom verzoek ik je met dit gebeuzel op te houden en laten wij
weer
ter zake komen.
IK: Ik
was er zeker van. Ik was
er zeker
van dat mijn voorgevoel vervuld zou worden. En heb nu geduld met mij en
geef me toch antwoord op nog een andere vraag, beste van alle Leraren!
Hebben, zij die zo verschenen zijn - niemand weet vanwaar - en
teruggekeerd
zijn - niemand weet waarheen - ook hun doorsneden samengetrokken en
zijn
zij op een of ander manier ook in die Ruimtelijker Ruimte, waarheen ik
u nu bezweer mij heen te voeren, verdwenen?
BOL:
(humeurig). Zij zijn
verdwenen, zeker
- zo ze ooit verschenen zijn. Maar de meeste mensen zeggen dat deze
visioenen
uit het denken voortspruiten - je zult me niet begrijpen - uit het
brein;
uit de verwarde hoekigheid van de Ziener.
IK:
Zeggen ze dat? Oh, geloof
ze niet.
Of als dat niet zo is, als die andere Ruimte echt Gedachtenland is,
neem
mij dan mee naar die gezegende Streek waar ik in Gedachten het
inwendige
van alle Vaste dingen zal zien. Daar zal, voor mijn verrukte oog, een
Kubus,
die in een of andere totaal nieuwe richting, maar geheel in
overeenstemming
met de Analogie beweegt, om zo ieder deeltje van zijn inwendige met een
spoor van zichzelf door een nieuw soort Ruimte te laten gaan, -
een
nog volmaaktere volmaaktheid dan zichzelf scheppen, met zestien
eindstandige
Extra-vaste hoeken en Acht vaste Kubussen als Omtrek. En zullen wij,
als
wij daar eenmaal zijn, onze opwaartse gang staken? Zullen wij in die
gezegende
streek van de Vier Dimensies op de drempel van de Vijfde blijven talmen
en daar niet in binnengaan? Oh, nee! Laten wij er liever naar streven
dat
onze eerzucht gelijk met onze lichamelijke opgang zal stijgen.
Dan
zullen, gezwicht voor onze intellectuele aanval, de poorten van de
Zesde
Dimensie open vliegen, daarna van een Zevende en dan een Achtste -.
Ik
weet niet hoelang ik
doorgegaan zou
zijn. Tevergeefs herhaalde de Bol, met een donderende stem, zijn gebod
tot stilte en bedreigde mij met de meest ontzettende straffen, als ik
zou
doorgaan. Niets kon de vloed van mijn extatische streven indammen.
Misschien
was het niet mijn schuld; maar ik was vergeven door de teugen van
Waarheid
waarin hij mij zelf had ingewijd. Het einde echter zou niet lang
uitblijven.
Mijn woorden werden plotseling afgebroken door een klap buiten en een
gelijktijdige
klap binnen in mij, die mij met een snelheid die mij het spreken
belette
door de ruimte voortdreef. Neer! Neer! Neer! Ik daalde snel; en ik
besefte
dat de terugkeer naar Platland mijn lot was. Eén blik, een
laatste
nooit-te-vergeten blik van die saaie vlakke wildernis - die nu weer
mijn
Universum zou worden, spreidde zich voor mijn oog uit. Toen een
duisternis,
Toen een laatste, allesvervullend donderslag, en toen ik tot mijzelf
kwam,
was ik wederom een gewoon kruipend Vierkant, thuis in mijn
studeervertrek
en luisterde naar de Vredes-kreet van mijn naderende Vrouw.
20.
Hoe de Vreemdeling mij in
een Visioen
bemoedigde
HOEWEL
ik minder dan een minuut
had om na
te denken, voelde ik door een soort instinct, dat ik mijn ervaringen
voor
mijn Vrouw verborgen moest houden. Niet dat ik op dat moment er enig
gevaar
zag als zij mijn geheim aan het licht zou brengen, maar ik wist dat het
verhaal van mijn avonturen voor iedere Vrouw in Platland onbegrijpelijk
zou moeten zijn. Dus probeerde ik haar met een of ander verhaaltje,
voor
de gelegenheid verzonnen, over dat ik per ongeluk door het luik in de
kelder
was gevallen en bedwelmd had gelegen, gerust te stellen.De Zuidwaartse
aantrekking in ons land is zo gering dat mijn verhaal zelfs voor een
Vrouw
welhaast buitengewoon en ongeloofwaardig moest lijken; maar mijn Vrouw,
wier gezond verstand het gemiddelde van haar Geslacht ver te boven
gaat,
en die opmerkte dat ik ongewoon opgewonden was twistte met mij niet
over
het onderwerp, maar drong er op aan dat ik ziek was en rust nodig had.
Ik was verheugd dat ik een excuus had om mij in mijn kamer terug te
trekken
om rustig na te denken over wat er gebeurd was. Toen ik tenslotte weer
bij mijzelf gekomen was, viel er een doezelig gevoel over mij heen;
maar
voor ik mijn ogen sloot probeerde ik om de Derde Dimensie en in het
bijzonder
de manier waarop, door de beweging van een Vierkant, de Kubus gemaakt
wordt,
te reproduceren. Het was niet zo duidelijk als ik gewild had; maar ik
herinnerde
me dat het "Opwaarts en toch niet Noordwaarts" moest zijn en ik besloot
deze woorden, als de leidraad die mij wel naar de op lossing zou moeten
leiden, trouw te bewaren. Dus herhaalde ik de woorden mechanisch,
"Opwaarts
en niet Noordwaarts," en ik viel in een gezonde verfrissende slaap.
Tijdens
mijn slaap had ik een
droom. Ik
dacht dat ik opnieuw aan de zijde van de Bol, wiens luisterrijke kleur
beduidde dat hij zijn gramschap jegens mij voor een volmaakte
vergevingsgezindheid
had verwisseld, bevond. Samen bewogen wij ons naar een glanzend maar
oneindig
kleine Punt, waar de Meester mijn aandacht op richtte. Toen we naderden
dacht ik, dat er een licht zoemend geluid als van een van jullie
Ruimtelandse
bromvliegen uit kwam, alleen verreweg minder weerklinkend, inderdaad zo
zacht dat zelfs in de volmaakte stilte van het Vacuüm waar wij
doorheen
rezen het geluid onze oren pas bereikte toen wij onze vlucht op een
afstand
van iets onder de twintig menselijke diagonalen, tot staan brachten .
"Zie
ginds," zei mijn Gids, "in
Platland
heb je geleefd; van Lijnland heb je een visioen gehad; je bent met mij
naar de hoogten van Ruimteland opgestegen; nu, leid ik je, om de reeks
van je ervaringen te voltooien, neerwaarts naar de laagste diepte van
het
bestaan, zelfs vergeleken met het rijk van Puntland, de Afgrond van
Geen
Dimensies
"Aanschouw
ginds ellendig
schepsel. Die
Punt is een Wezen als wijzelve, maar beperkt tot de niet-dimensionale
Golf.
Hij is zelf zijn eigen Wereld, zijn eigen Universum; hij kan zich geen
voorstelling maken van iets anders dan zichzelf; hij kent Lengte,
Breedte,
noch Hoogte, want hij heeft die niet ervaren; hij heeft zelfs geen
benul
van het getal Twee; noch heeft hij een idee over Meervoud, want hij is
voor zichzelf de Ene en het Al, omdat hij waarlijk niets is. Let op
zijn
volmaakte zelfgenoegzaamheid, en leer zodoende deze les: dat
zelfgenoegzaam
zijn slecht en onwetend is, en dat het beter is te streven dan blind en
onmachtig gelukkig te zijn. Luister nu."
Hij
hield op; en er rees uit
het kleine
zoemende schepsel een nietig, laag, monotoon, maar duidelijk getinkel
op,
als van een van jullie Ruimtelandse fonografen, waaruit ik de volgende
woorden opving, "Oneindige zaligheid van bestaan! Het is; en er is
niets
anders buiten Het."
"Wat,"
zei ik, "bedoelt het
nietig schepsel
daar mee?" "Hij bedoelt zichzelf," zei de Bol: "heb je niet eerder
opgemerkt,
dat baby’s en kinderachtige mensen die zichzelf niet van de wereld
kunnen
onderscheiden, over zichzelf in de Derde Persoon praten? Maar stil!"
"Het
vult de hele Ruimte,"
vervolgde het
kleine alleenspraak-houdende Schepsel, "en wat Het vult, dat Is. Wat
Het
denkt, dat spreekt Het uit; en wat Het uitspreekt, dat hoort Het; en
Het
is zelf de Denker, de Uitspreker, Hoorder, Gedachte, Woord, Gehoor; en
het is het Ene en toch het Al in Al. O, het geluk o, het geluk te
Zijn!"
"Kun
je het kleine ding niet
uit zijn zelfvoldaanheid
laten opschrikken?" zei ik. "Vertel het wat er werkelijk is, zoals je
mij
dat verteld hebt; ontsluier het de enge begrenzingen van Puntland en
voer
het tot iets hogers op."Dat is geen eenvoudige taak," zei mijn Meester;
"probeer jij het eens."
Hierop
richtte ik mij, terwijl
ik mijn
stem tot het uiterste verhief, tot de Punt als volgt:
"Stilte,
stilte, verachtelijk
Schepsel.
Je noemt jezelf het Al in Al, maar je bent het Niets; jouw zogenaamde
Universum
is slechts een stip in een Lijn, en een lijn is slechts een schaduw
vergeleken
met -" "Ho, ho, je hebt genoeg gezegd," onderbrak de Bol, "luister nu
en
let op de uitwerking van je tirade op de Koning van Puntland."
De
luister van de Koning, die
bij het horen
van mijn woorden stralender dan ooit scheen, toonde duidelijk dat hij
zijn
zelfgenoegzaamheid bewaarde; en ik was nauwelijks opgehouden of hij
hernam
zijn aard. "O, de vreugde, o de vreugde van de Gedachte! wat kan Het
niet
allemaal met Denken bereiken! Het's eigen Gedachte komt tot Hetzelf,
denkend
aan Het's minachting om daarmee Het's geluk te vermeerderen! Zoete
opstand
opgehitst om in triomf uit te lopen! O, de goddelijke scheppende kracht
van het Al in Een! O, de vreugde, de vreugde van het Zijn!"
"Je
ziet," zei mijn Leraar,
"hoe weinig
je woorden hebben aangericht. Voor zover de Koning ze allemaal
begrijpt,
vat hij ze als van hemzelf op - want hij kan zich niets anders
voorstellen
dan zichzelf - en pocht over de verscheidenheid van Het's Gedachte als
een voorbeeld van scheppende Kracht. Laten wij deze God van Puntland
overlaten
aan de onwetende vervulling van zijn alom-aanwezigheid en alwetendheid;
niets wat jij of ik zouden kunnen doen kan hem van zijn zelfvoldaanheid
redden."
Hierna
kon ik, terwijl wij
zachtjes naar
Platland terugzweefden, de zachte stem van mijn Metgezel horen, die de
moraal van mijn visoen duidde, en mij aanspoorde om te streven en
anderen
te leren om te streven. Hij had zich eerst boos gemaakt - bekende hij -
over mijn eerzucht om mij naar Dimensies boven de Derde te verheffen;
maar,
sinds die tijd, was hij tot een nieuw inzicht gekomen en hij was er
niet
te trots voor om zijn Leerling zijn vergissing te bekennen. Toen ging
hij
verder met mij in de geheimen nog hoger dan die waar ik getuige
van
was geweest, in te wijden en liet mij zien hoe ik Extra-Vaste
Lichamen
door het bewegen van Vaste Lichamen moest construeren, en
Dubbel-Extra-Vaste
Lichamen door de beweging van Extra Vaste Lichamen en dat alles "stipt
in overeenstemming met de Analogie", allemaal door zo'n eenvoudige
methode,
zo gemakkelijk, dat het zelfs voor het Vrouwelijke Geslacht duidelijk
zou
kunnen zijn.
21.
Hoe ik probeerde de
Theorie van de Drie
Dimensies aan mijn Kleinzoon te leren, en met welk succes
IK
WERD verheugd wakker, en begon
over de
schitterende loopbaan die vóór mij lag na te denken. Ik
zou
vertrekken, dacht ik, en heel Platland gaan evangeliseren. Zelfs aan
Vrouwen
en Soldaten zou het Evangelie van de Drie Dimensies verkondigd worden.
Ik zou met mijn Vrouw beginnen.Net toe ik een besluit genomen had over
het plan voor mijn werkzaamheden, hoorde ik het geluid van vele stemmen
in de straat die om stilte vroegen. Toen volgde een luidere stem. Het
was
de bekendmaking van een bode. Ik luisterde aandachtig en herkende de
woorden
van het Besluit van de Raad, die de arrestatie, gevangenneming of
executie
van ieder die de geesten van de mensen met waanideeën zou
besmetten
en die voorgaven dat zij openbaringen uit een andere Wereld hadden
gekregen,
gebood .
Ik
dacht na. Er mocht met dit
gevaar niet
gespot worden. Het zou beter zijn dat, door elke vermelding ervan
achterwege
te laten, te vermijden, en verder te gaan op het pad van de
Demonstratie
- dat immers al zo eenvoudig en zo afdoende leek dat er niets verloren
zou zijn door af te zien van de vorige middelen. "Opwaarts, niet
Noordwaarts"
- was de sleutel tot het hele bewijs. En het leek me behoorlijk
duidelijk
voordat ik in slaap viel; en toen ik in het begin, fris door mijn
droom,
wakker werd had het me even duidelijk als Rekenkundig geleken; maar op
een of andere manier leek het me nu niet zo duidelijk meer, Hoewel mijn
Vrouw op dat gelegen moment de kamer binnenkwam, besloot ik, nadat we
een
paar gemeenplaatsen hadden uitgewisseld, niet met haar te beginnen.
Mijn
Pentagonale Zonen waren
mannen van
karakter en aanzien, en geneesheren met geen geringe reputatie, maar
niet
geweldig in meetkunde, en, wat dat betreft, niet voor mijn doel
geschikt.
Maar het kwam in mij op dat een jonge en leergierige Hexagonaal, met
een
wiskundige aanleg, de meest geschikte leerling zou zijn. Waarom zou ik
daarom mijn eerste experiment niet met mijn kleine vroegrijpe
Kleinzoon,
wiens achteloze opmerking over de betekenis van 33 had
beantwoord
aan de bijval van de Bol, beginnen? Ik zou, door met hem, nog maar een
jongen, de zaak te bespreken, volledig veilig zijn, want hij zou van de
Afkondiging van de Raad, wel niets weten; terwijl ik er niet zeker van
zou kunnen zijn dat mijn Zoons - zo hevig overheerste hun
vaderlandsliefde
en eerbied voor de Cirkels een louter blinde genegenheid - zich
niet
gedwongen zouden voelen om mij aan de Prefect uit te leveren, indien
zij
vonden dat ik de opruiende ketterij van de Derde Dimensie in alle ernst
zou verdedigen.
Maar
het eerste wat ik moest
doen was op
een of andere manier de nieuwsgierigheid van mijn Vrouw, die natuurlijk
iets van de redenen waarom de Cirkel dat mysterieuze onderhoud had
gewild
en van middelen waarmee hij het huis was binnengekomen, wilde weten,
tevreden
te stellen. Zonder in te gaan op de details van het uitvoerige relaas
dat
ik haar deed, - een relaas, vrees ik, dat niet zo verenigbaar met de
waarheid
was als mijn Lezers in Ruimteland zouden mogen verwachten - moet
ik er mij mee tevreden stellen dat ik er tenminste in slaagde haar
rustig
naar haar huishoudelijke plichten te laten terugkeren, zonder dat zij
mij
enige toespeling op de Wereld van de Drie Dimensies ontlokte. Nadat ik
dit gedaan had, liet ik onmiddellijk mijn Kleinzoon halen; want ik
voelde,
om de waarheid te bekennen, dat alles wat ik gezien en gehoord had op
een
of andere vreemde manier uit mij wegglipte, als het beeld van een
halfbegrepen
droom, als een Tantaluskwelling, en ik verlangde ernaar mijn
vaardigheid
in het maken van een eerste discipel uit te proberen.
Toen
mij Kleinzoon de kamer
binnenkwam
sloot ik zorgvuldig de deur. Toen vertelde ik hem, terwijl ik naast hem
ging zitten en de rekenschriften - of Lijnen zoals jullie ze zouden
noemen
- pakte, dat wij de les van gisteren zouden hervatten. Ik leerde hem
opnieuw
hoe een Punt door in Een Dimensie te bewegen een Lijn produceert en hoe
een rechte Lijn in Twee Dimensies een Vierkant produceert. Hierna
lachte
ik geforceerd en zei,"En toen wilde, jij deugniet, mij doen geloven dat
een Vierkant op dezelfde manier door Opwaarts en niet Noordwaarts te
bewegen
een andere figuur produceert, een soort extra Vierkant in Drie
Dimensies.
Zeg dat nog eens, jonge rakker."
Op dit
moment hoorde wij
opnieuw het "O
ja, O ja" van de bode, die buiten op straat, het Besluit van de Raad
verkondigde.
Ofschoon hij nog jong was nam mijn Kleinzoon - die ongewoon intelligent
was voor zijn leeftijd en opgevoed was met een volmaakte eerbied voor
het
gezag van de Cirkels - de situatie met een scherpte waarop ik helemaal
niet was voorbereid, op. Hij hield zich stil tot de laatste woorden van
de Bekendmaking weggestorven waren en barstte toe in tranen uit, "Lieve
Grootvader," zei hij, "dat was maar een grapje van me, en ik meende
daar
natuurlijk niets van en toen wisten we nog niets over de nieuwe Wet, en
ik geloof niet dat ik iets gezegd heb over de Derde Dimensie; en ik ben
er zeker van dat ik geen woord over Opwaarts en niet Noordwaarts gezegd
heb, want je weet hoe onzinnig dat geweest zou zijn. Hoe zou iets
Opwaarts
en niet Noordwaarts kunnen bewegen! Zelfs als ik een baby was, zou ik
niet
zo idioot kunnen zijn. Hoe dwaas is dat! Ha! ha! ha!"
"Helemaal
niet dwaas," zei ik,
terwijl
ik mijn geduld verloor, "hier bijvoorbeeld, ik pak dit Vierkant," en
bij
dat woord pakte ik een beweegbaar Vierkant, dat binnen handbereik lag
-
"en ik beweeg het, zoals je ziet niet Noordwaarts maar - ja, ik beweeg
het Opwaarts - dat wil zeggen, niet Noordwaarts, maar ik beweeg het
ergens
- niet precies zo, maar op een of andere manier - " Hier eindige ik
mijn
zin ledig, schudde het Vierkant, tot groot plezier van mijn Kleinzoon,
die in een luider lachen dan ooit uitbarstte, op een doelloze manier in
het rond, en verklaarde dat ik hem niet onderwees, maar hem voor de gek
hield; en zo gezegd, maakte hij de deur open en rende de kamer uit. Zo
eindigde mijn eerste poging een leerling tot het Evangelie van de Drie
Dimensies te bekeren.
22.
Hoe ik toen probeerde de
Theorie van de
Drie Dimensies op een andere manier te verspreiden, en over het
resultaat
MIJN
MISLUKKING met mijn Kleinzoon
ontmoedigde
mij niet om met anderen van mijn huishouding over het geheim te praten;
toch werd ik daar, noch door wanhoop, noch door succes, toe gedreven.
Ik
zag dat ik niet alleen op de leuze "Opwaarts, niet Noordwaarts" moest
vertrouwen,
maar eerder zou moeten proberen een bewijs te zoeken om het publiek een
helder beeld van het hele onderwerp voor te kunnen leggen; en voor dit
doel leek het noodzakelijk dat ik mijn toevlucht in het schrijven moest
zoeken.Daarom wijdde ik mij in afzondering een aantal maanden aan de
vervaardiging
van een verhandeling over de geheimen van de Drie Dimensies. Ik sprak
alleen
niet, met het oog op het ontlopen van de Wet, zo mogelijk over een
stoffelijke
Dimensie, maar over een Gedachtenland, van waaruit, in theorie, een
Figuur
op Platland zou kunnen neerkijken en tegelijkertijd het inwendige van
alle
dingen zou kunnen zien, en waar het mogelijk was dat er een Figuur zou
bestaan, als het ware omringd door zes Vierkanten, en met acht
eindstandige
Punten. Maar tijdens het schrijven van dit boek bleek dat ik jammerlijk
belemmerd werd door de onmogelijkheid om die diagrammen, die voor mijn
doel noodzakelijk waren, te tekenen; want in ons land van Platland zijn
er natuurlijk geen schriften, maar Lijnen, eigenlijk één
Rechte Lijn, die alleen door verschil in grootte en glans te
onderscheiden
is; zodat ik er niet zeker van was, toen ik met mijn verhandeling (die
ik de titel. "Door Platland naar Gedachtenland" gegeven had) klaar was,
dat velen mijn bedoeling zouden begrijpen.
Intussen
verkeerde mijn leven
in de problemen.
Alle genoegens stonden mij tegen; alle aanblikken waren voor mij een
Tantaluskwelling
en verleidden mij tot onuitgesproken verraad, omdat ik wat ik in de
Twee
Dimensies zag, maar niet kon vergelijken met hoe dat in werkelijkheid,
als het in Drie gezien werd, was, en ik nauwelijks kon nalaten mijn
vergelijkingen
hardop te maken. Ik verwaarloosde mijn klanten en mijn eigen werk en
gaf
mij over aan de beschouwing van de geheimen die ik eens gezien had en
waarvan
ik toch niemand deelgenoot kon maken en merkte dat ik elke dag zelfs
meer
moeite kreeg om die voor mijn eigen geestesoog te reproduceren. Op een
dag, ongeveer elf maanden na mijn terugkeer uit Ruimteland, probeerde
ik
met mijn ogen dicht een Kubus te zien, maar slaagde daar niet in, en
hoewel
het mij later wel lukte, was ik er toen niet helemaal zeker van (noch
ben
ik dat later ooit geweest) dat ik precies het origineel tot stand
gebracht
had. Dat maakte mij nog melancholieker dan daarvoor en dat zorgde
ervoor
dat ik vond dat ik een stap moest nemen; maar ik wist niet welke. Ik
voelde
dat ik mijn leven wel voor de Zaak zou willen opofferen, als ik daarmee
mensen zou kunnen overtuigen. Maar als ik mijn Kleinzoon niet kon
overtuigen,
hoe zou ik dan de hoogste en meest ontwikkelde Cirkels in het land
kunnen
overtuigen?
En
toch was bij tijden mijn
energie
mij te veel en liet ik aan mijn gevaarlijke uitspraken de vrije loop.
Ik
werd al als niet rechtzinnig, zo niet verraderlijk beschouwd en was
scherp
doordrongen van het gevaar voor mijn positie; desalniettemin kon ik bij
tijden niet nalaten in verdachte of halfopruiende uitspraken uit te
barsten,
zelfs in het hoogste Polygonale en Circulaire gezelschap. Wanneer
bijvoorbeeld
de vraag rees over de behandeling van die gekken, die zeiden dat ze het
vermogen gekregen hadden om het inwendige van de dingen te zien, placht
ik de uitspraak van een Cirkel uit vroegere tijden aan te halen, die
verklaard
had dat profeten en geïnspireerde mensen altijd al door de
meerderheid
voor gek verklaard waren; en ik kon het niet helpen dat ik nu en dan
van
die uitdrukkingen als "het oog dat de binnenkant van dingen waarneemt"
en "het alziende land" liet vallen; een of twee keer liet ik zelfs de
verboden
termen "de Derde en Vierde Dimensies" vallen. Op het laatst vergat ik,
om de reeks van kleinere onvoorzichtigheden vol te maken, op een
bijeenkomst
van ons Plaatselijk Speculatief Genootschap dat in het paleis van de
Prefect
zelf gehouden werd, - een aantal uiterst domme mensen had een uitvoerig
artikel gelezen, waarin de precieze redenen waarom de Voorzienigheid
het
aantal Dimensies tot Twee beperkt had en waarom het attribuut van het
alzien
alleen aan de Allerhoogste was verleend, - in zoverre mijzelf, dat ik
een
exacte uiteenzetting gaf van mijn hele reis met de Bol de Ruimte in, en
naar de Vergader-Zaal in onze Metropool en toen weer naar de Ruimte en
over mijn terugkeer naar huis, en over alles wat ik in feitelijk of in
aanblik gezien en gehoord had. In het begin gaf ik inderdaad voor dat
ik
de denkbeeldige ervaringen van een gefingeerd persoon beschreef, maar
mijn
enthousiasme dwong mij er als snel toe alle vermomming af te werpen en
ten slotte maande ik, in een hartstochtelijk slotwoord, al mijn
toehoorders
van hun vooroordelen afstand te doen en gelovigen van de Derde Dimensie
te worden. .
Moet
ik nog zeggen dat ik
meteen gearresteerd
en voor de Raad gebracht werd?
De
volgende morgen stond ik
precies op
de plaats waar slechts een paar maanden eerder de Bol in het gezelschap
van mij had gestaan en werd mij toegestaan mijn verhaal zonder vragen
en
zonder onderbrekingen te beginnen en te vervolgen. Maar vanaf het begin
voorzag ik mijn lot; want de President beval toen hij merkte dat er een
wacht van de betere klasse van Politiemannen aanwezig was, met een
hoekigheid
van weinig, zo het al, onder de 55°, hen, vóór ik
mijn
verdediging begon af te lossen door een lagere klasse van 2°
of 3°. Ik wist maar al te goed wat dat betekende. Ik zou
geëxecuteerd
of gevangengezet worden en mijn verhaal zou voor de wereld, door de
gelijktijdige
vernietiging van de ambtenaren die het gehoord hadden, geheimgehouden
worden;
en omdat dat het geval was wilde de President de duurdere door
goedkopere
slachtoffers vervangen.
Nadat
ik mijn verdedigen
afgesloten had
stelde de President, misschien omdat hij gemerkt had dat een paar van
de
junior Cirkels geroerd waren door mijn klaarblijkelijke ernst, mij twee
vragen: -
1. Of
ik de richting, die ik
bedoelde als
ik de woorden "Opwaarts, niet Noordwaarts" gebruikte, kon aangeven?
2. Of
ik door een enig diagram
of beschrijving
(anders dan de opsomming van denkbeeldige zijden en hoeken) de Figuur
kon
aangeven die ik een Kubus beliefde te noemen?
Ik
verklaarde dat ik niet nog
meer kon
zeggen en dat ik mij zelf aan de Waarheid, wier zaak op het eind
stellig
zou zegevieren, moest overgeven.
De
President antwoordde dat hij
het helemaal
met mijn idee eens was en dat ik het niet beter had kunnen doen. Ik zou
tot levenslange gevangenisstraf veroordeeld worden; maar indien de
Waarheid
met mij voorhad dat ik uit de gevangenis zou komen en de wereld zou
gaan
evangeliseren, op de Waarheid vertrouwd zou moeten worden, om dat
resultaat
te bewerkstelligen. In die tussentijd zou ik aan geen enkel ongemak dat
niet noodzakelijk was om ontsnapping te voorkomen, onderworpen worden,
en, dat het mij, tenzij ik het privilege door wangedrag zou verspelen,
af en toe toegestaan zou worden mijn broer, die mij naar de gevangenis
was voorgegaan, te zien.
Zeven
jaren zijn verstreken en
ik ben nog
steeds een gevangene, en - afgezien van af en toe de bezoeken van mijn
broer, - verstoken van alle gezelschap behalve van dat van mijn
cipiers.
Mijn broer is een van de beste Cirkels, rechtvaardig, gevoelig,
opgewekt
en niet zonder broederlijke genegenheid; toch geef ik toe dat mijn
wekelijkse
bijeenkomsten bij mij in ieder geval in een opzicht de bitterste pijn
teweegbrengt.
Hij was erbij toen de Bol zichzelf in de Raads-Zaal vertoonde; hij zag
de Bol hoe zijn doorsneden veranderde; hij hoorde de uitleg van het
verschijnsel
wat toen aan de Cirkels werd gegeven. Sinds die tijd is er nauwelijks
een
week gedurende die zeven jaren voorbijgegaan zonder dat hij van mij een
herhaling hoorde van de rol die ik in die vertoning speelde, samen met
breedvoerige beschrijvingen van alle verschijnselen in Ruimteland, en
de
bewijzen voor het bestaan van Vaste dingen, ontleend aan de Analogie.
Toch
heeft mijn broer - ik schaam mij dit te moeten bekennen - de aard van
de
Derde Dimensie nog niet begrepen en bekent hij openlijk zijn ongeloof
in
het bestaan van een Bol.
Daarom
ben ik totaal verstoken
van bekeerlingen,
en voor zover ik kan zien, is de millenniale Openbaring voor mij voor
niets
geweest. Prometheus in opstand in de Ruimte was voorbestemd om voor de
stervelingen het vuur naar beneden te brengen, maar ik - arme
Platlandse
Prometheus - lig hier in de gevangenis omdat ik voor mijn landgenoten
niets
heb meegebracht. Toch leef ik met de hoop dat deze memoires op een of
andere
manier, ik weet niet hoe, hun weg mogen vinden naar de harten van de
mensheid
in Enige Dimensie, en een ras van rebellen zal doen opstaan dat zal
weigeren
zich te beperken tot een bekrompen Dimensionaliteit.
Dat is
de hoop in mijn meer
heldere momenten.
Helaas is het niet altijd zo. Bij tijden drukt de bezwarende gedachte,
dat ik niet eerlijk kan zeggen dat ik zeker ben over de exacte vorm van
de eensgeziene, vaakbetreurde Kubus, op mij; en in mijn nachtelijke
visoenen
kwelt het geheimzinnige gebod "Opwaarts, niet Noordwaarts" mij als een
zielverslindende Sfinx. Het is een deel van mijn martelaarschap, dat ik
draag voor de zaak van de Waarheid, dat er jaargetijden zijn waarin het
Land van de Drie Dimensies bijna net zo hersenschimmig is als het Land
van het Ene of het Niets; nee, dat zelfs deze harde muur die mij mijn
vrijheid
belet en juist deze schriften waarin ik schrijf en alle tastbare
werkelijkheden
van Platland zelf, niet meer schijnen te zijn dan de vrucht van een
zieke
verbeelding, of het ongegronde maaksel van een droom.

Voetnoten
- De Schrijver
verzoekt mij
toe te voegen, dat
de misvatting van enige van zijn critici over deze zaak hem aanleiding
heeft gegeven in zijn dialoog met de Bol, bepaalde opmerkingen die
betrekking
hebben op het punt in kwestie, en die hij eerder als langdradig en
overbodig
weg had gelaten, toe te voegen.
- "Waarom is er een bewijs
nodig?" zou een Ruimtelandse
criticus kunnen vragen: "is de voortplanting van een Vierkante Zoon,
waarmee
de Gelijkzijdigheid van de Vader bewezen wordt, geen bewijs van de
Natuur
zelve?" Ik antwoord dat geen enkele Vrouw van enige stand een
niet-gewaarmerkte
Driehoek zal huwen. Een Vierkant nageslacht is wel eens voortgebracht
door
een licht Onregelmatige Driehoek; maar in bijna ieder van die gevallen
wordt de Onregelmatigheid van de eerste generatie bezocht tot in het
derde
geslacht; dat of er niet in slaagt de Pentagonale klasse te bereiken,
of
terugvalt naar de Driehoekigheid.
- Toen ik in Ruimteland was
begreep ik dat enkele
van jullie Priesterlijke Cirkels op dezelfde wijze een gescheiden
ingang
hadden voor Boeren, Dorpelingen en Leraren van Lagere Scholen
(Spectator,
Sept. 1884, p. 1255) die zij mogen "naderen op een betamelijke en
eerbiedige
wijze". Als ik "zitten" zeg, bedoel ik natuurlijk niet een of andere
houdingsverandering
zoals jullie in Ruimteland met dat woord bedoelen; want omdat wij geen
voeten hebben, kunnen wij net zomin als jullie zeetongen of botten
"zitten"
als "staan"( in jullie betekenis van het woord) Desalniettemin
herkennen
wij uitstekend de verschillende mentale toestanden van de wilskracht
die
"liggen," "zitten," en "staan," inhouden die tot op zekere hoogte aan
een
toeschouwer door een lichte vermeerdering van luister overeenkomstig
met
de toename van wilskracht, worden aangegeven.
- Maar hierbij en bij nog
wel
duizend andere
onderwerpen, verbied de tijd mij stil te staan.
|